Focus + Marketing

7 tips voor 't werven van deelnemers via e-mail

tags:  acquisitie  marketing 

Een van mijn favoriete tips is de volgende. Heb je een aanbod waar je deelnemers voor zoekt, bijvoorbeeld voor je workshopweek Fotograferen in Fraai Friesland, stuur je netwerk dan een persoonlijke e-mail.

Stuur je namelijk een massamail, zoals een nieuwsbrief, dan voelen mensen zich totaal niet verplicht om even te reageren. In de marketing is dit onderzocht: bij een massamail kun je rekenen op gemiddeld 1% aan reacties.

Dat betekent, dat als je pakweg 5000 nieuwsbriefabonnees hebt, dat een persoonlijke mail niet echt meer nodig is. Je kunt dit artikel dan overslaan, want met 50 reacties kun je je cursusweek van maximaal 8 deelnemers wel een paar keer vol krijgen.

Laten we er voor nu even van uitgaan dat je zo’n 200 nieuwsbriefabonnees hebt. Dan zou je van twee mensen een mailtje ontvangen. En dat hoeven nog niet eens meteen twee opgaven te zijn voor je cursusweek: heel vaak ook ontvang je gewoon de reactie ‘Hoi, wat heb je een leuke nieuwsbrief’.

Nou ja, gewoon: ik vind dat zelf altijd enorm fijn om te horen, maar je krijgt er dus niet je cursusweek mee vol. Stuur je echter een persoonlijke e-mail, dan zijn veel meer mensen genegen je in ieder geval even terug te schrijven. Ik denk aan ten minste 50%, als ik af ga op mijn eigen ervaringen ermee. Het kost even wat tijd om iedereen afzonderlijk te mailen, maar het is qua reacties stukken effectiever dan een massamail.

Laatst mailde een coach mij, dat ze deze tip enthousiast had uitgeprobeerd. Maar, schreef ze teleurgesteld, reacties bleven nog steeds uit. Hoe kon dat nou? Toen we samen haar mail bekeken, zagen we dat ze weliswaar ieder bericht met een persoonlijke noot begon, maar dat de rest van haar tekst heel algemeen was.

Daarom, 7 tips voor het aantrekken van meer deelnemers per e-mail:

1. Geef in je persoonlijke noot aan dat je op een reactie hoopt of wacht. Sluit niet af met: ‘Hierbij mijn zomeraanbod, groet!’ Dat is te vrijblijvend. Vraag je lezer bijvoorbeeld ‘of de fotografieweek wat voor hem is?’ Als je al zeker weet dat de week niks voor de lezer is, bijvoorbeeld omdat er ook wat vrienden tussen je abonnees zitten, vraag dan of ze je willen mailen of ze iemand kennen voor wie de week wat is.

2. Na de persoonlijke noot begint je eigenlijke e-mail met je aanbod. Vat in je e-mail eerst je aanbod kort samen voor je er meer over vertelt. ‘Flora en fauna fotograferen in fraai Friesland: een workshopweek voor natuurliefhebbers die al jaren geen camera hebben vastgehouden.’

3. Je ziet het al in punt 2. Als de lezer jouw mail krijgt, moet hij wel wakker schrikken en denken: ‘Jaaaaa, fotograferen in Friesland. Dat is echt wat voor mij.’ Dat bedenken je lezers niet zomaar vanzelf. Jij moet ze daar een handje bij helpen, door te specificeren wat voor deelnemers je zoekt. Is de cursusweek bedoeld voor gevorderde fotografen of voor mensen die al jaren geen camera hebben vastgehouden? Wanneer je dit benoemt, denkt een deel van je netwerk: hé, dat ben ik. Als je dit niet benoemt, voelt niemand in je netwerk zich aangesproken.

4. En wat voor thema heeft de cursusweek, wat is er wat jou betreft nou zo bijzonder aan Friesland? Ga je Friese bloemetjes en bijtjes vastleggen of gaat het je om gebouwen met een bijzondere historische achtergrond? Voordat je nu je hele programma gaat beschrijven van minuut tot minuut: dat is niet waar je lezer direct een antwoord op zoekt, dat komt hierna. Eerst is het de bedoeling dat je een verlangen oproept bij de lezer. Een beroemd schrijver zei eens: als je mensen een boot wilt laten bouwen, leer ze dan verlangen naar de zee (Antoine de Saint-Exupéry). Welk verlangen zit er verborgen in jouw thema? Hoe wordt het leven van je deelnemer er mooier of leuker op, als hij je workshopweek fotografie volgt? Breng dat naar voren.

5. Pas daarna ga je het hebben over de details van je aanbod, uit welke elementen dit aanbod bestaat of is opgebouwd. Wees er niet vaag over, omdat je bang bent dat anders je e-mail te lang wordt. Als het mensen niet duidelijk is wat ze van je krijgen, gaan ze het niet bij je bestellen. Wat krijgen ze voor het bedrag van x euro? ‘We gaan een week fotograferen, en we logeren bij Bed & Breakfast Tante Toos’ is dus niet voldoende. Ontvangen deelnemers achteraf een syllabus met alle tips nog eens op een rij? Kunnen ze bezig in een studio als het buiten te hard regent? Naar welke bijzondere plekken troon je de deelnemers mee? Zorg jij voor reservebatterijen, -camera’s, -lenzen of weetikwat zodat mensen ook na een ‘ongelukje’ nog wel plezier van de rest van de week hebben? Kookt Tante Toos iedere dag een warme maaltijd met biologische producten? Krijgen deelnemers hun mooiste foto uitgeprint op A2-formaat mee naar huis? Dat soort dingen. Zet alle features puntsgewijs onder elkaar, zodat mensen de rij makkelijk kunnen scannen, en maak van iedere feature een feestje. (Nee: ‘Je krijgt een foto mee naar huis.’ Ja: ‘Je mooiste foto printen we uit op A2-formaat, zodat je thuis nog jaren kunt nagenieten van deze week.’)  

6. Introduceer jezelf. Dit is voor de mensen die je nog niet zo goed kennen. Wie ben jij, dat jij deze workshopweek geeft? Maak daarbij de afstand tussen jou en je lezer zo klein mogelijk. In het voorbeeld van de fotografieweek kun je vertellen hoe je jaren geen camera had vastgehouden en toen je liefde voor fotografie herontdekte tijdens een vakantie in fraai Friesland. Sindsdien heb je vele foto-exposities gehad en vele mensen geholpen bij het ontdekken van hun liefde voor fotografie.
Zou je echter alleen maar vertellen hoeveel expo’s je hebt gehad, welke opleidingen je allemaal hebt genoten en welke prijzen je misschien wel hebt gewonnen, dan zullen je lezers zich afvragen of je als doorgewinterde fotograaf nog wel in staat bent te begrijpen welke frustraties een beginner doormaakt.

7. Eindig met een oproep tot actie. Wat wil je dat de lezer doet, nu hij je e-mail gelezen heeft? ‘Doe mee met deze workshopweek. Stuur me e-mail om je op te geven: endan@jouwmailnoemen.nl.’ Werk je met een aanbieding, zet dit dan erbij: ‘Als je je opgeeft voor datum x, ontvang je na afloop van de workshopweek ook nog eens een fotoboek met 20 van je beste foto’s.’

Na twee weken zullen er natuurlijk nog steeds mensen zijn van wie je niks gehoord hebt. Misschien waren ze heel druk, of op vakantie. Misschien lag hun e-mailprogramma eruit of zaten ze ‘in de bubbel’ (dat wil zeggen: ze leefden even bewust internetloos). Misschien waren ze je mail alweer vergeten. Of misschien was de melk op in de koelkast.

Er kunnen tal van redenen zijn waarom mensen niet terugmailen. Meestal hebben ze weinig te maken met jou. Dus na twee weken doe je nog een rondje. Gooi je angst voor afwijzing (of succes? ...) overboord en schrijf mensen – opnieuw persoonlijk! - dat je nog niks van ze gehoord hebt. Hebben ze belangstelling voor je fotografieweek?

Een duidelijk ‘nee’ is fijn. Fijner dan tweehonderd persoonlijke mails sturen en dan luisteren naar een Oorverdovende Stilte. Bij een ‘nee’ weet je in ieder geval waar je aan toe bent.

Wat zijn jouw ervaringen hiermee? Heb jij wel eens vele mensen persoonlijk een aanbod gemaild? Ik lees graag je reactie.

Miranda Apeldoorn (ZinVol) coacht zelfstandigen en freelancers.

geplaatst: 03-06-2010 @ 08.20
delen: plaats op LinkedInplaats op Facebook

 

Durf nee te zeggen tegen een klant

tags:  acquisitie  groei  persoonlijke-ervaringen 

‘Er is niemand anders beschikbaar die dit kan. En we hebben echt snel iemand nodig.’

Er is crisis en velen van ons kunnen extra werk goed gebruiken. De verleiding dan maar alles aan te pakken kon wel eens groter zijn dan normaal. Blijf echter ook in deze tijden luisteren naar jezelf, niet alleen naar je klant. De keren dat ik niet naar mezelf luisterde, hebben mij nooit goed gedaan.

Neem nou dit ene geval. Ooit begon ik voor mezelf als journalist. In het begin van dat bestaan, had ik een vaste klant. Een redactiebureau dat fatsoenlijk betaalde en waarvoor ik regelmatig met veel plezier allerlei officiële documentatie corrigeerde.

Op een dag haalde een van de eigenaren me over tot het aannemen van een grote klus van een aantal dagen die ik eigenlijk niet wilde doen.

In mijn laatste baan had ik namelijk een cursus gevolgd. Het ging om het toepassen van een soort pre-html-codering op teksten. Voor het gemak noem ik het maar even zo.

Ik vond het vreselijk. Ik wilde geen teksten coderen, ik wilde ze ontdoen van fouten in spelling en grammatica. Lekker in de weer met mijn rode pen. Nadat ik ontslag had genomen uit mijn laatste baan, had ik opgelucht bedacht dat ik nooit meer zou hoeven coderen.

En nu vroeg mijn vaste klant dus of ik alsjeblieft, alsjeblieft toch teksten zou willen coderen. Eerst zei ik nee. Ik vertelde zelfs dat ik dat werk niet leuk vond en dat daar mijn talent ook niet lag. Mijn klant hield vol. ‘Er is niemand anders beschikbaar die dit kan. En we hebben echt snel iemand nodig.’ Ze stelde me bovendien allerlei leukere klussen in het vooruitzicht.

Uiteindelijk zei ik ja. Ik was jong, nog onervaren als ondernemer, en als de dood dat ik een fijne, fatsoenlijk betalende, vaste klant zou verliezen.

Ik deed mijn uiterste best, maar ik had te veel tijd nodig voor mijn werk en was te slordig. En ik had er moeite mee, dat de werknemer van mijn klant die me begeleidde, me behandelde alsof ik een stagiair was in plaats van een ondernemer. (Daar was ik in die tijd gevoelig voor, want de houding freelancende vrouwen te beschouwen als ‘huisvrouwen die zo nodig een hobby moeten’ tierde nog welig ). Kortom, lieve mensen, het werd niet echt wat hè.

Na deze ervaring ben ik nooit meer door mijn klant gevraagd voor een klus.

Als jij je hebt voorgenomen een bepaald type klus nooit meer te doen, omdat het je ding niet is of omdat je er gewoon klaar mee bent, of wat ook: houd dat vol, zou ik zeggen. Doe de dingen die bij jou passen, en zoek daar je klanten bij. Niet andersom.

Misschien moet ik voor de zekerheid nog iets vermelden over compleet nieuwe klussen. Als je iets nog nooit eerder gedaan hebt, kan iedere vezel in je lichaam je ook toeschreeuwen dat je de klus niet moet aannemen. Dat gevoel is eerder gebaseerd op een soort plankenkoorts dan op ervaring. Zeker ook iets om goed te onderzoeken, daar niet van, maar niet direct een uitstekende reden om nee te zeggen. Als je altijd alles wat nieuw voor je is, zou afwijzen, dan kom je ook niet ver als zelfstandige.

Wat zijn jouw ervaringen hiermee? Heb jij je wel eens door een klant laten overhalen tot een opdracht die je liever niet zou doen?

© Miranda Apeldoorn (ZinVol) coacht zelfstandigen
die focus en meer klanten willen

Dit artikel vind je tevens in mijn e-book:
'Richt je niet op naamsbekendheid. 25 opmerkelijke marketingadviezen voor zp'ers.'
Deze is te bestellen in de versies PDF, EPUB en MOBI (Kindle) voor € 4,95 inclusief 19% btw.

Alle blogs van Miranda

geplaatst: 05-05-2010 @ 12.27
delen: plaats op LinkedInplaats op Facebook

 

Wie boeken schrijft, heeft lezers als klant

tags:  acquisitie  marketing  publiciteit 

Gastblogger Femke Dekker schrijft fantasy voor de jeugd
en geeft workshops over zelf je fantasywereld scheppen:

Miranda's aankondiging per nieuwsbrief over het Get Clients Now!-programma maakte mij erg nieuwsgierig en enthousiast. Maar, zo vertelde ik haar, ik zou er niets aan hebben. Marketing richten op uitgeverijen is namelijk totaal zinloos.

Dom, dom, dom, dacht ik een paar dagen later. De uitgever is helemaal niet mijn klant! De uitgever is "slechts" een schakel die ik nodig heb om mijn klanten te bereiken. Die klanten zijn natuurlijk de lezers van mijn boeken.

Nu zul je misschien zeggen (en dat heb ik zelf ook gedacht): Ga je je (potentiële) lezers dan bestoken met marketingtactieken? Dat komt zo commercieel over ... Nu ben ik op het gebied van marketing en klanten bereiken een autodidact, maar wat ik de afgelopen tijd geleerd heb, is dit: Een klant (in wording) wil niet bestookt worden met berichten als: Jij moet mijn product kopen omdat ik dat wil. Hij wil geconfronteerd worden met mijn product op het moment dat hij daar behoefte aan heeft: Jij houdt van spannende boeken vol magie? Dan is dit echt iets voor jou.

Belangrijk is dus:
1. Dat je klant-in-wording weet wie je bent en wat je maakt of doet.
2. Dat hij weet waar hij moet zijn als hij jouw product nodig heeft.

Om weer terug te keren naar mijn specifieke situatie: voor een deel hiervan (beschikbaarheid van mijn product) ben ik afhankelijk van die tussenschakel, de uitgever. Maar voor een ander deel, het bereiken van mijn doelgroep, niet. Mijn website met informatie over mijn boeken en mijzelf, staat voor iedereen open. Ook op andere websites is informatie over mij te vinden. Een nieuwsbrief heb ik nog niet, maar die komt er wel. Bij een nieuwe publicatie verstuur ik persberichten die in ieder geval door de plaatselijke pers worden overgenomen, ik lees voor op scholen en bij een nieuw boek laat ik me graag uitnodigen door de (plaatselijke) boekwinkel. Op onze auto staat sinds kort mijn website vermeld en wat daar te vinden is (spannende kinderboeken) en ik onderteken mijn mails met waar ik mee bezig ben.

Als ik mijn (toekomstig) lezerspubliek zo weet te bereiken, ontstaat er vanzelf een wisselwerking. Een wisselwerking tussen aan de ene kant het publiek dat enthousiast geworden is over de boeken die ik schrijf en aan de andere kant de uitgever die ze dan ook graag wil uitgeven.

Dat ik er met de dingen die ik nu al doe nog niet ben, besef ik heel goed. Onderscheiden moet je je, en zoveel schrijvers bezoeken scholen, bibliotheken en hebben een eigen website. Veel meer dan pakweg twintig jaar geleden moet een schrijver zelf zijn publiek opzoeken. Het is al lang niet meer zo dat je, eenmaal onder de vleugels van een uitgever, lekker je boeken kunt schrijven en je verder nergens zorgen over hoeft te maken.

Dus misschien is Miranda's programma ook voor mij niet zo ongeschikt als ik dacht. Uiteindelijk ben ik toch maar iemand die ordinair een product wil verkopen - al is het dan een boek.

Andere blogs van Femke.

geplaatst: 26-04-2010 @ 11.22
delen: plaats op LinkedInplaats op Facebook

 

Is het nodig je te specialiseren als ondernemer?

tags:  acquisitie  communicatie  marketing 

Specialiseren.

Veel zelfstandigen vinden dat een vies woord. Zij zijn juist voor zichzelf begonnen, zodat ze alle mogelijke leuke klussen kunnen aanpakken die ze maar willen.

De onafhankelijke journalist bijvoorbeeld, die schrijft over elk onderwerp. En die daarnaast ook werkzaam is als tekstschrijver, eindredacteur, bedrijfsjournalist, auteur en dagvoorzitter.

De grafisch ontwerper die huisstijlen bedenkt voor iedereen die maar wil. En die ook desgewenst websites bouwt, foto’s maakt, teksten schrijft en workshops geeft in het gebruik van sociale media.

Regelmatig komt zo’n prachtige duizendpoot bij me en vraagt: ‘Hoe kom ik aan meer klanten?’

En dan zeg ik: ‘Kies voor een hoek van de markt en je bent beter vindbaar voor klanten.’ --> Vertel aan mensen dat je bijna alles doet voor bijna iedereen, en mensen hebben geen idee wat ze met je aan moeten. Vertel aan mensen dat je één ding doet voor één groep mensen en ze onthouden wat je ze hebt verteld. Jouw ‘hoek van de markt’ is duidelijk.

Als ik het hier over heb met de zelfstandigen die ik coach, dan kijken ze me allemaal vorsend aan. Ik verwacht toch zeker niet van ze, dat zij alle andere leuke dingen opgeven, die zij ook nog doen? Besef ik dan niet dat zij zullen verzuren, verkrampen, wegkwijnen als zij nog maar één ding mogen doen?

Neeeee, ik verwacht niet dat je al je leuke dingen ineens zomaar opgeeft. Integendeel. Brede interesses maken van jou (hoogstwaarschijnlijk) een leuke gesprekspartner/intrigerend gezelschap. Daardoor kun je (ook weer hoogstwaarschijnlijk) contact leggen met de meest uiteenlopende mensen. Die vervolgens graag klanten van je willen worden, of het leuk vinden je collega’s of je vrienden te zijn.

Blijf dus wat mij betreft vooral alle leuke dingen DOEN die je wilt doen. Echter, als je als zelfstandige graag beter vindbaar wilt zijn op de markt, als je graag aantrekkelijker wilt worden voor klanten, VERTEL mensen dan nog maar over één ding als je ze ontmoet.

Het eerste doel dat je daarmee bereikt is dat mensen voortaan in ieder geval begrijpen wie je bent en wat je doet. Daardoor zullen ze je eerder bellen als zij nodig hebben wat jij biedt. Ze kunnen dan namelijk de link leggen tussen hun situatie, hun nood en jouw dienstverlening. Dat is dan het tweede doel dat je bereikt: op den duur bellen meer mensen je.

Waarom ze dat zullen doen? Nou, stel bijvoorbeeld dat jouw wc stuk is. En dat je zelf twee linkerhanden hebt. Op welk woord zoek je het eerst in de zoekmachine op internet?

1. Op ’klusjesman’, in de hoop dat die wc’s repareert. En die – als je ‘m eenmaal hebt gevonden -  ook keukens blijkt te plaatsen, muurtjes metselt, tuinen inricht, meubels in elkaar timmert en de elektriciteit voor je aanlegt.
2. Op ‘loodgieter’. Van loodgieters is bekend dat ze wc’s repareren.

Er is wel een voorwaarde, wil dit werken. Je hoek van de markt moet wel groot genoeg voor je zijn.

‘Jawel’ zegt een enkeling daarna, ’maar als ik er heel bedreven in raak, mijn niche te promoten, dan kan ik het een stuk drukker krijgen met – dus - het uitvoeren van die niche. Daardoor houd ik minder tijd over voor alle andere leuke dingen die ik doe. En dan kwijn ik alsnog weg!’

Een paar opmerkingen, voor wie zich daar zorgen over maakt:

  • Je focus ligt niet voor eeuwig vast. Raak je uitgekeken op je niche, begin dan met het ontwikkelen/promoten van een van de andere dingen die je altijd al leuk vond.
  • Niet knip-met-je-vingers-direct, maar op de langere termijn hoef je minder hard te werken om je klanten te vinden, want zij vinden jou dan ook. Op de langere termijn houd je dus weer meer tijd over voor je andere leuke dingen. Mits je de verleiding kunt weerstaan je agenda vol te laten lopen met je nicheopdrachten natuurlijk.
  • Sommige duizendpoten houden ternauwernood het hoofd boven water met alle leuke dingen die ze doen. Liggen ze ’s nachts wakker van de hypotheek. Over wegkwijnen gesproken! Als je alles doet voor iedereen, concurreer je vaak met collega’s op basis van je prijs. Het is de klant namelijk minder duidelijk waarom hij per se jou moet inschakelen en dan kiest hij het liefst de goedkoopste aanbieder. Als je gespecialiseerd bent in een dienst voor een bepaalde doelgroep, zijn mensen sneller bereid daar een beter tarief voor te betalen. Daardoor kun je ’s nachts lekker slapen en houd je overdag meer energie over voor ... leuke dingen doen.

Heb je er moeite mee, jouw hoek van de markt te bepalen? Dit is een van de dingen, waar ik tijdens Get Clients Now! aandacht aan besteed. Dit zes weken durende coachingsprogramma bied je handvatten waarmee je wekelijks gestructureerd aan de gang kunt gaan met marketing en acquisitie.

Dit artikel vind je tevens in mijn e-book: 'Richt je niet op naamsbekendheid. 25 opmerkelijke marketingadviezen voor zp'ers.' Deze is te bestellen in de versies PDF, EPUB en MOBI (Kindle) voor € 4,95 inclusief 19% btw. 

© Miranda Apeldoorn (ZinVol) coacht zelfstandigen
die focus en meer klanten willen

Alle blogs van Miranda

geplaatst: 20-04-2010 @ 14.15
delen: plaats op LinkedInplaats op Facebook

 

Verleid je klant: verzin je eigen ding

tags:  acquisitie  competitie  gastblog 

Gastblogger en spellenbedenker Sylvia van Opijnen van Bezieling in Bedrijf
vindt dat je voorzichtig mag zijn bij het uitwisselen van informatie:

Zien doet kopen. Of: ervaren doet kopen. De bakker weet dat al lang. Regelmatig staat er een schaaltje met lekkers op de toonbank. Als je wilt, mag je een klein stukje pakken om te proeven. Het mag, het hoeft niet. De meeste mensen zijn toch wel nieuwsgierig (of hebberig) aangelegd en nemen een stukje. Ze doen vervolgens hun bestelling en gaan de winkel uit. Maar, voor sommigen smaakt dat kleine stukje naar meer.

Je hoeft geen cakejes te verkopen om dit principe in werking te zien. Een veelgehoord adagium is niet voor niets dat je eerst moeten geven, om uiteindelijk te ontvangen (lees: verkopen). Sommigen geloven hier zo sterk in, dat ze veel van zichzelf, hun ideeën en producten via internet delen met anderen. Vaak met mensen die ze helemaal niet kennen en van wie ze geen idee hebben hoe betrouwbaar die mensen zijn.

Even een voorbeeld om mijn punt duidelijk te maken. Als een dief een auto ontvreemdt, het chassisnummer verandert, wat met de papieren rommelt en daarna de auto doorverkoopt, dan vinden we dat allemaal onacceptabel. Maar, zodra je een idee of product van internet haalt, er wat dingen in verandert en het voor je eigen business aanwendt, dan vinden we dat plotseling normaal. Dat is vreemd, toch?

Soms gebeurt dit subtieler. Mensen gaan naar een netwerkdag of een workshop, waarin een ander een presentatie geeft over zijn of haar expertise. ‘Leuk’, denk je dan en onwillekeurig maak je de vertaalslag naar wat je er zelf mee kunt. En, ik weet het, er zijn mensen die zich gevleid voelen als anderen met hun idee aan de slag gaan. Mensen die ervan overtuigd zijn dat het daardoor gemakkelijker is om er bekendheid aan te geven en er een markt voor te vinden. Maar, uiteindelijk creëren we samen een eenheidsworst: iedereen doet min of meer hetzelfde. Alleen, het gezicht achter het product is anders.

Als ik dan toch bezig ben, dan ook maar even een andere knuppel in het hoenderhok gegooid: wat gebeurt er dan uiteindelijk met het vermogen om iets te verdienen met je product? Als alles meer en meer op elkaar lijkt, spitst de concurrentie zich toe op de prijs. Die komt onder druk te staan, omdat aanbieders jagen op de opdracht en de klant op een zo scherp mogelijke prijs. Het eind van het liedje is dat iedereen veel te hard moet werken voor een te lage opbrengst. Je hebt vroeger vast economie gehad op school, dan ken je ook het principe van vraag en aanbod: hoe meer aanbod, hoe lager de prijs en hoe minder aanbod, hoe hoger de prijs. Dat is waarom we het hebben over gaten in de markt en onderscheidend vermogen: je wilt toch een reële prijs voor je product?

Dat brengt me bij een ander punt, namelijk je onderscheidend vermogen in de markt. Je USP: Unique Selling Point om even in marketingtermen te spreken. Maar, hoe onderscheidend ben je als jij van anderen kopieert en anderen van jou? Dat heb ik hierboven al geschetst: dat ben je niet. Het enige dat je dan hebt, dat is je persoonlijkheid en je imago. De grote vraag is of dat genoeg is om je aanbod schaars en aantrekkelijk genoeg te laten zijn voor je markt.

Mijn advies zou zijn om allemaal weer je eigen bakker te worden. Houd op met eindeloos op internet struinen voor inspiratie of om te bekijken wat anderen doen. Ontwikkel je eigen product en zorg voor een schaars aanbod (tenzij je bereid bent het marktprincipe van vraag en aanbod persoonlijk te onderzoeken natuurlijk). Blijf bij jezelf, doe waar jouw ogen van gaan stralen, vind er een markt voor en zorg ervoor dat je daar als een puzzelstukje inpast. Laat vervolgens niet je concullega’s, maar de mensen in je markt een klein stukje proeven om ze nieuwsgierig te maken naar jou en je product.

En, over een uniek product gesproken. Heb je ooit van een simultaanblog gehoord? Waarschijnlijk niet, want die zijn er niet zoveel. Toch heb je dat net gelezen, of liever een deel ervan. Het andere deel is hier te vinden.

geplaatst: 22-03-2010 @ 17.07
delen: plaats op LinkedInplaats op Facebook

 
57 blogs | pagina  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  »
Agenda:
Nieuws in Deventertainment: zaterdag 11 februari
ZinVol is bezig met: