Jezelf promoten zonder je ziel te verkopen. Tips, coaching en persoonlijke ervaringen over het werken voor jezelf.
Thuis Blog Get Clients Now! Diensten Netwerk Nieuwsbrief Contact
Wanneer pluk je de vruchten van je inspanningen?
tags: balans coaching groei motivatie
Succes. Over dat begrip heb ik de afgelopen dagen veel nagedacht. Niet alleen omdat ZinVol tien jaar bestaat. Ook omdat veel zelfstandigen heftig worstelen hiermee. Een aantal van ons ontwikkelt zich enerzijds snel op allerlei zakelijke en persoonlijke vlakken. Dat is winst. Daar kom je verder mee. Anderzijds staren deze zelfstandigen wel nog regelmatig naar een lege opdrachtenagenda en dito bankrekening. Dan ervaar je dus op zakelijk en persoonlijk vlak successen maar je kunt er niet van eten. En als dat een tijdlang duurt, dan kan dat je behoorlijk uit het lood slaan.
Doe je het goed? Komt er op een dag ook succes waar je van kunt eten? Wanneer pluk je de vruchten van je inspanningen?
Een van mijn meest geliefde films* aller tijden is Blade Runner van regisseur Ridley Scott. Een prachtig verhaal met meerdere lagen over robots die menselijker zijn dan de mens zelf. Over alles, van decor tot dialoog, is goed nagedacht. De Nederlandse acteur Rutger Hauer doet erin mee. In zijn autobiografie schrijft hij hoe slecht die film het deed toen die uitkwam. Al na een paar weken verdween ze uit de bioscoop. Recensenten vonden de film niks.
De videorecorder was in die tijd (rond 1982) in opkomst. Mensen begonnen de film te huren. Eerst een stroompje, later een rivier aan mensen. De film dook in de loop der jaren op in de favorieten-aller-tijdenlijstjes van filmrecensenten. Blade Runner groeide uit tot een film die zijn stempel drukte op de filmgeschiedenis en die tal van filmmakers heeft beïnvloed en nog steeds beïnvloedt. Ridley Scott mocht nog vele films regisseren die hem leuk leken en die hits werden. Uiteindelijk is de film sinds 1982 een doorlopende bron van inkomsten en inhoudelijke discussie geweest.
Een vriendin vertelde me van de week een verhaal dat leek op dat van Look who’s talking. Die film met John Travolta werd in 1989 een instant hit. Het verhaal is flinterdun, makkelijk te verteren en nergens aanstootgevend. Het leunt zwaar op de schattigheidsfactor van baby’s. De film bracht direct miljoenen dollars binnen en dus besloten de producenten de populariteit tot de laatste druppel uit te melken: ze brachten nog twee bijzonder slappe vervolgfilms uit. Niemand die nog uit z’n hoofd weet wie de regisseurs zijn. Geen filmrecensent heeft de films in zijn favorietenlijstje staan. Er is geen stempel gedrukt op de filmgeschiedenis. Iedereen die eraan meewerkte had heel even het rode-lopergevoel. Daarna was het weer keihard werken en ’s avonds de wc poetsen voor de meesten.
Soms denk ik dat we met z’n allen duimen dat we een instant hit worden. Whop! Look who’s talking over here! In één klap onze agenda’s en bankrekeningen gevuld.
Stiekem hoop ik echter dat we allemaal een Blade Runner in ons hebben.
Wat is succes voor jou? Ik lees graag je reactie onder mijn blog.
*Ik ben een enOrme FilmFan en ik heb ook jaren films gerecenseerd.
Miranda Apeldoorn (ZinVol) coacht zelfstandigen en freelancers.
Ondernemerschap: overdenkingen bij een broodje bal
tags: balans gastblog
Gastblogger Arjan van der Knaap is zelfstandig tekstschrijver en communicatieadviseur,
onder meer voor PZO (Platform Zelfstandige Ondernemers)
'In de lobby van een Van der Valk-hotel zie je de mensen waar het om draait in ons vak', zei een docent van een reclamecursus ons ooit. Consumentensafari noemde hij dat. 'De meest gemaakte fout in ons vak is denken dat je werkt voor je klant', was het idee.
Over het nut van een uurtje Van der Valk heb ik m'n twijfels. Maar een bezoek aan een snackbar kan ik iedereen aanbevelen. Niet zo zeer vanwege de consumenten (hoewel ik daar wel wat kleurrijke exemplaren heb gezien), maar als een les in bescheidenheid. Een safari langs treurig ondernemerschap. Patat met een berehap met pindasaus!
Maak een praatje met de baas en je krijgt een litanie op de vrijheid van het ondernemerschap. Niemand die hem zegt wat ie moet doen. Lekker eigen tijd indelen. Geen gedoe, maar handen uit de mouwen. Iets opbouwen. En als je het goed doet, dan komt het naar je toe.
Twee oorlog, een speciaal met curry en extra uitjes, kalfskroket en een kaassoufflé.
Als je even blijft zitten en een biertje bestelt, komt er zelfs spiritualiteit om de hoek kijken. Cafetaria Jan en de kraam van Edje Kroketje zien zichzelf als een spil in de samenleving, een baken voor dolende zielen en een essentiële logistieke hubs in de 24 uurs maatschappij met z'n tweeverdieners.
'Cafetaria 't Hoekje is al jaren een begrip in de regio', staat er op de huisgemaakte website.
Blijf je langer zitten, dan krijg je een biertje van de zaak. Want de snackbarbaas maakt niet veel mee dat er iemand luistert. Hij wijst dan op z'n zelfgetimmerde interieur, de foto's van de huzarensalade die zijn neef voor hem maakte en de geestige advertentie in de dorpsbode die hij zelf onder de douche bedacht. Hij wordt er nog steeds op straat op aangesproken, terwijl die tekst al twee maanden niet meer wordt gebruikt. De advertentieafdeling vond hem ook zo goed dat ie een keer voor hetzelfde geld op dubbel formaat werd afgedrukt.
'Nu ook voor de catering van al uw feesten en partijen. Huisgemaakte huzarensalade volgens nieuw recept. Download hier de bestellijst als Excel-file.'
De ogen van de snackbarbaas draaien voortdurend naar het raam, hopend op een groet, een lach, een moment van erkenning van een toevallige voorbijganger. Er komt een dronken, apart ruikende, zestigplusser binnen. Broodje bal met mayo.
Zelf noemt hij zichzelf ondernemer. Volgens de richtlijnen van de instanties is hij dat ook. Voor mij is de snackbarbaas een pijnlijke illustratie van de donkere kant van ondernemerschap. Hoe vrij ben je als je alles in je eentje moet doen en bedenken?
Ontken jij waar je nu staat als zelfstandige?
tags: balans coaching groei motivatie persoonlijke-ervaringen
Regelmatig voel ik mij verloren.
Niet in mijn privéleven. In mijn privéleven voel ik me kiplekker. Ik houd van heel veel mensen en heel veel mensen houden van mij. Daar ben ik dagelijks van onder de indruk trouwens. Voornamelijk omdat het me nu voor m’n gevoel zo gemakkelijk afgaat. Vroeger niet, vroeger kon ik niet wijs worden uit de verschillende manieren waarop mensen van je kunnen houden. Ik ging eerst een tijd de kat uit de boom kijken en als ik dacht: ‘goed volk’ dan gaf ik gewoon de hele Miranda, zeg maar, en was dan diep verward als mensen maar een klein stukje leken te willen ontvangen.
Tot op een dag een goede vriend mij iets uitlegde over vriendschappen. Hij zei: ‘Sommige mensen zijn een supermarkt, met hen kun je zowel uren bomen over het leven, als je werk uitgebreid analyseren, een film kijken, op vakantie gaan en mee lachen in de kroeg. En sommige andere mensen zijn alleen bakker: daar kun je heel erg leuk films mee kijken. Punt.’ Sommige mensen veranderen later nog van bakkers in supermarkten, sommige supermarkten verwateren tot bakker. Fact of life.
Maar het punt is ... het punt is, begreep ik hieruit, dat het deel waarop je elkaar vindt, het deel dat jou met de ander verbindt, bijvoorbeeld liefde voor films, al één geheel vormt. Het is niet zo dat dit deel tekort komt, dat je het moet opvullen met méér want anders heeft de vriendschap geen waarde: nee, het is. Begrijp je wat ik bedoel? Ik hoefde dus niet langer naar een bepaald ‘niveau’ te streven, dat regelde zichzelf wel, en zo werd het gemakkelijker van mensen te houden.
In mijn werk heb ik deze les nog lang niet geleerd. In mijn werk voel ik dat nog lang niet zo: dat mijn werk en mijn verbinding ermee al een geheel an sich is. En dat het zich – als geheel – verder ontwikkelt in allerlei richtingen. Nee, nee, in mijn werk verlang ik immer naar een bepaald niveau. Ik kom steevast tekort. Altijd nog hoger moet het, nog beter, nog duidelijker vooral. Als ik maar hard genoeg werk, en als ik maar diep genoeg nadenk, en als ik maar vreselijk veel feedback vraag aan iedereen, en als ik maar meer en meer kennis en ervaring en dergelijke op doe ... dan bereik ik dat ultieme niveau misschien nog wel eens, waar ik mij lichtjaren ver verwijderd van voel.
Ik ontken daarmee min of meer waar ik nu sta. Met als bedroevend resultaat dat ik mij regelmatig verloren voel. Want ja hallo, als ik niet ‘hier’ sta, waar sta ik dan wel?
Zijn er lezers die zich hierin herkennen? Of beter: herkenDen? Ik hoop van wel. Want dan kan ik het eens andersom doen op dit blog met tips voor zelfstandigen: dan deel ik eens geen tips uit, maar vraag ik jou om tips!
Miranda Apeldoorn (ZinVol) coacht zelfstandigen en freelancers.
Zet je flexibiliteit in als freelancer
tags: balans coaching groei
Gastblogger Roeland Schweitzer is kunstenaar, trainer en schrijver. Hij benoemt tien flexibiliteitsfactoren waarvan hij denkt dat je die als freelancer goed kunt gebruiken.
Niet om in te zetten voor je klanten, maar voor jezelf.
De kracht van jou als freelancer of zzp’er is je flexibiliteit. Hier kun je héél veel in ontwikkelen en hier kom je uiteindelijk ook het verst mee. Je maakt meer kans op succes als je optimaal flexibel bent.
Dat is iets wat in je hoofd zit, zo flexibel mogelijk zijn. In je uitgaven, in je inkomsten, in wat je doet, in de eisen die je op enig moment stelt. Natuurlijk moet je idealen hebben, maar soms moet je die om pragmatische redenen even en enigszins terzijde schuiven, overigens zonder ze uit het oog te verliezen. Zonder idealen ga je al snel dood, kan ik je vertellen.
Flexfactor 1: rustig 180 graden van koers veranderen als dat beter lijkt.
Ik ben opgeleid als kunstenaar en journalist, maar heb tot nu toe nooit van mijn kunstwerken kunnen leven. Dat wilde ik oorspronkelijk wel. Tot de armoede dramatisch werd, voor mijn vrouw en voor onze kinderen die hier niet om hadden gevraagd. Tijd om het roer radicaal om te gooien. We begonnen een reclamebureau met de ambitie nu eindelijk brood, liefst met boter, te verdienen. Gewoon een bord met onze bedrijfsnaam op de muur geschroefd en wat brieven rondgestuurd. Al de eerste dag belde er een klant.
Flexfactor 2: gooi je vooroordelen overboord.
Echt flexgedrag was nog even moeilijk want ik wilde vrije kunst maken en zag bedrijven nog als milieuvervuilend, mensonvriendelijk, kapitalistisch geboefte. Toen we een paar maanden later opeens iets leuks bedachten voor de Nederlandse Spoorwegen waren ze daar nog blij mee ook. En opeens had ik ontdekt dat er bedrijven zijn die leuke, mooie, inspirerende dingen zoeken voor hun communicatie. Je voorstel moet je wel op de juiste plek neerleggen, op het juiste moment, maar dan is het soms opeens bingo.
Flexfactor 3: veel proberen op een natuurlijke, leuke, speelse manier en je niet laten kisten door een afwijzing.
Misschien was je idee goed, maar het moment verkeerd, of de plek, je contactpersoon, je presentatie. Bij ons thuis ging het nog steeds niet allemaal van een leien dakje en toen ik weer even geen werk had, was ik onredelijk wanhopig. Een directeur die ik wilde spreken kreeg ik maar niet te pakken, terwijl ik ideeën had voor zijn communicatie. Ik durfde hem al niet meer te bellen. Toen bedacht ik dat hij gewoon met zijn auto naar zijn werk gaat en weer vertrekt. Ik op mijn fiets op de juiste tijd langs dat bedrijf en, geloof het of niet, de directeur rijdt net naar buiten, ziet me, draait zijn raampje open en zegt: ‘Ha Roeland, dat treft, ik heb je net nodig.’
Dat brengt me meteen bij flexfactor 4: schep voortdurend juiste momenten, juiste plaatsen, enzovoorts.
Flexfactor 5: maak een flexibele financiële planning. Hoeveel geld heb je nodig? Maak een plan, kijk naar wat je vorig jaar hebt uitgegeven en verdiend. Hoe ga je dit het komend jaar doen, wat betekent dit per maand? Dat is het plan. Bewaak het bedrag vervolgens per maand en pas het van moment tot moment aan, zodat je altijd een kloppend verhaal voor je neus hebt. Dat geeft rust.
Flexfactor 6: limiteer je uitgaven tot het minimum.
Des te minder je nodig hebt, des te gemakkelijker gaat het freelancen lukken. Vergeet je ijdelheid, je haast en je hebzucht. Deze zaken leveren niets op, integendeel ze kosten alles.
Er gaat niets boven* een fietsvakantie naar een tentje op Schiermonnikoog. *Geleende slagzin.
Flexfactor 7: los al je verslavingen op. Word onafhankelijk. Lichamelijk: tabak, drugs, seks. Geestelijk: macht, roem, succes. Voor mij was dat een weg om te gaan en is het nog, maar het helpt enorm.
Flexfactor 8: werk zo veel mogelijk samen. Gewoon iemand vragen: zullen we het samen doen, zullen we het samen maken? Intentie, daar gaat het om. Als die er is, dan komt de oplossing!
Flexfactor 9: blijf leren. Geen werk? Tijd om te leren. Vrijwel alle trainingen en opleidingen hebben regelingen voor mensen met te weinig geld. Vraag daarnaar. In de loop van je werkende leven mag je misschien wel drie keer meegroeien, je ontwikkelen naar een totaal andere activiteit dan je oorspronkelijk als broodwinning had.
Ik verdiende geld als vrachtwagenchauffeur, freelance journalist, tekstschrijver voor bedrijven en overheden, communicatiemanager, schrijver en nu trainer, waarbij ik op mijn oude dag ook nog eens de prachtige weg van stemexpressie ontdek. Het was altijd spannend.
Flexfactor 10: zie in alles de mogelijkheden. Mijn modem was een poosje stuk. Knap lastig, dacht ik eerst, maar het was geweldig. Ik schuimde door mijn woonplaats Amerongen, op zoek naar kennissen met een computer, of ik even mocht webmailen, ftp-en of googelen. Zo kwam ik weer echt in contact met mensen.
En tot slot: er is ook nog een anti-flexfactor. Iets waar je niet flexibel in moet zijn: laat je zo min mogelijk afleiden. En ontwikkel dan je eigen specialiteit, linksom, rechtsom, steeds meer hoe jij het wilt, steeds beter.
Hoe ik mijn schrijfblokkade overwon
tags: balans gastblog groei persoonlijke-ervaringen
Gastblogger Brigit Kooijman is freelance journalist,
met onderwijs als specialisatie.
Ik ben geen gevoelsmens. Niet dat ik ze niet ken, gevoelens van liefde, blijheid, ergernis, angst. Jawel hoor, het hele scala. Zelfs dicht ik mezelf een op intuïtie gebaseerde mensenkennis toe, die me bij het interviewen zeer van pas komt. Maar als het erop aankomt, vertrouw ik meestal toch vooral op mijn verstand. Bij het nemen van een belangrijke – of minder belangrijke – beslissing, streep ik rationeel de voor- en nadelen af, en laat mijn onderbuik voor wat hij is. Daarom was het voor mij een aparte ervaring in het schrijven een sprong voorwaarts te maken juist door minder met mijn hoofd te werken.
Schrijven is iets wat ik altijd heb gewild. Als kind zag ik mijn toekomst in romans en gedichten, later nam ik genoegen met het nederige vak van vertaler, totdat ik uiteindelijk journalist ben geworden, het mooiste beroep van de wereld. Dat zeg ik nu heel stoer, maar de afgelopen tijd heb ik geregeld gedacht dat ik maar beter iets totaal anders kon gaan doen. Ik had geen idee wat, overigens, en in mijn hart wilde ik ook helemaal niets anders. Maar feit was dat het schrijven steeds moeizamer en trager ging. Het leek soms wel of ik met twee loden kogels aan iedere arm en een prop watten in mijn hoofd achter het toetsenbord zat.
Verder ging het lekker. Opdrachten binnenhalen kostte me geen enkele moeite. De ene na de andere opdrachtgever, ook nieuwe, wist ik te porren voor mijn ideeën. Het voorbereidende proces van informatie verzamelen, interviewen enzovoorts: geen punt. Totdat ik moest gaan schrijven. In plaats daarvan ging ik gewoon lekker bellen met weer een potentiële nieuwe opdrachtgever, hup, nog een klus erbij. Uiteindelijk zette ik me altijd wel tot het schrijven - aan deadlines missen heb ik een hekel – en het resultaat viel ook meestal wel goed uit, maar het was altijd weer ploeteren, zweten, en vooral die moordende onzekerheid: ik kan het niet. IK KAN HET GEWOON NIET!
Terwijl ik het wel degelijk kon. Ik had vijftien jaar ervaring, schreef voor landelijke kranten en andere prestigieuze media, was nog niet zo lang geleden (eindelijk) begonnen met het ontwikkelen van een aantal specialismen, ook daarvan plukte ik de vruchten. Dat zag ik heus wel, en eigenlijk snapte ik ook niet zo goed wat er loos was met mij. Het begon me te dagen toen ik tijdens een empowerment-dag voor media-freelancers iemand hoorde zeggen: 'Wij zzp-ers hebben voortdurend verschillende petten op. De ene keer zijn we eindredacteur, dan personeelsmanager, dan weer administrateur of aquisiteur.'
Ineens besefte ik: daar zit mijn probleem. Ik kan niet goed omschakelen naar de rol van auteur. Ik besefte dat ik überhaupt moeite heb met 'schakelen'. Liefst houd ik zo lang mogelijk dezelfde pet op. Een andere aanwezige daar op de empowerment-dag gaf me het adres van haar psychiater. 'Duur, maar goed,' zei ze erbij.
Het leek me wel wat, een psychiater, maar ik vond dat ik toch eerst zelf moest proberen een oplossing te verzinnen voor mijn probleem, nu ik wist waar het ‘m in zat. Dat is ten slotte gelukt, door een aantal trucs. (Zo noem ik ze maar.)
Om te beginnen heb ik mezelf ingeprent dat al het werk wat ik doe - acquisitie, research, interviews etc – in dienst moet staan van het eindproduct, het uiteindelijke verhaal. Het zal sommigen als een open deur voorkomen, en dat is het waarschijnlijk ook. Maar hoe moeizamer het schrijven ging, hoe meer ik al die afzonderlijke handelingen – steeds met een andere pet op - als een doel op zichzelf was gaan zien. Ik focus nu van begin af aan, in elke fase van het werkproces, op het eindproduct. Ik vorm mezelf een duidelijk beeld van hoe dat verhaal eruit moet zien. Dat maakt de stap om over te gaan tot het schrijven zelf veel gemakkelijker en soepeler. En ook als ik even vast zit tijdens het schrijven, ga ik met mijn gedachten terug naar dat beeld.
'Vertrouw ook eens wat meer op wat er allemaal al in je hoofd zit,' deed mijn echtgenoot een duit in het zakje. En verdomd, ook dat werkte. Het was een van de oorzaken van mijn traagheid: alles telkens opnieuw willen doordenken, navragen en dubbel checken terwijl ik dat al ruimschoots gedaan had. Het was even diep ademhalen, maar nadat mijn eerste niet-driedubbeldoodgecheckte verhaal enthousiast ontvangen was door de opdrachtgever, was ik 'door'. Ik durf veel meer te vertrouwen op mijn kennis en ervaring.
Voor dat vertrouwen heb je je onderbuik nodig, en moet je je verstand soms een beetje op non-actief zetten. Ik vond het in het begin heel eng. Intussen heb ik er met verschillende mensen over gepraat, en het wordt me steeds duidelijker dat bij creatieve processen de onderbuik, het gevoel, net zo nodig is als het verstand. Een vriendin die dichter is, vertelde dat ze nooit last heeft van angst voor het witte papier omdat het schrijven als het ware buiten haar om gaat, via een 'achterboordcomputer' in haar hoofd. Ze vertrouwt er altijd op dat die zijn werk goed doet. Maar, let wel: dat vertrouwen heeft ze in de loop van de jaren getraind.
Om dit verhaal nog een beetje zweveriger te maken: meditatie werkt ook. Ik gebruik het als hulpmiddel zowel bij het focussen-op-het-eindproduct als bij het vertrouwen-op-mezelf. Meditatie is in mijn geval een groot woord, het komt erop neer dat ik telkens even ga liggen en ontspannen als ik even niet meer weet hoe ik verder moet. Soms duurt het een minuut, soms een half uur, maar op zeker moment komt de juiste gedachte vanzelf weer. Ik zit dus nooit meer piekerend, laat staan zwoegend achter mijn beeldscherm.
Mijn schrijftempo is verdubbeld (ik verdien dus meer!), maar het allerbelangrijkste: ik heb weer lol in het schrijven. Met dank aan de collega’s van Deining, vrienden en familie, en Hans Kunnemans boek: Vind je bron, Meditatief luisteren als sleutel voor creativiteit en inspiratie.
Agenda
10 september: Get Clients Now!14 september: Netwerken Vol Zin
Kies zelf de datum: Nieuwe richting
RSS
@ZinVol
Feedburner