Focus + Marketing

AVI-niveau: een leidraad, geen maatstaf

tags:  communicatie  doelgroep  gastblog 

 Gastblogger Femke Dekker schrijft fantasy voor de jeugd en geeft workshops over zelf je fantasywereld scheppen:

Afgelopen week is er in kinderboekenschrijversland een discussie losgebarsten over het AVI-niveau. Voor wie geen kinderboeken schrijft en/of geen schoolgaande kinderen heeft en/of geen kranten heeft gelezen afgelopen week: het AVI-niveau is bedoeld als leidraad voor kinderen die leren lezen. Er zijn negen niveaus en bij ieder niveau zijn de kinderen een stapje verder: ze kunnen een bepaalde letter lezen, langere woorden, langere zinnen of ingewikkelder zinnen. Bedoeld om te weten op welk niveau een kind leest en hoe het met de voortgang gaat, voor de school dus.

Waar de schrijvers nu zo boos over zijn, is dat het AVI ook aangegrepen wordt door ouders om te bepalen welke boeken hun kinderen mogen lezen. In bibliotheken en boekhandels is de vraag niet meer: wat leest mijn kind graag? maar: op welk niveau leest mijn kind? Daardoor kunnen ze heel wat mooie boeken missen.

Ook ik schrijf boeken op AVI-niveau, en een frustrerender bezigheid is er haast niet. Woordlengte, zinslengte, lettercombinaties ... allemaal regels waar je tekst aan moet voldoen. Tekst, ja, want van een leuk verhaal blijft soms weinig over. Als de zinnen te moeilijk zijn, of juist te makkelijk, de woorden te lang of te kort, moet de boel aangepast worden. Soms wel zeven keer. Dan heb ik weleens het gevoel dat mijn verhaal mijn verhaal niet meer is. Alles omwille van het leesniveau, zelfs de stijl.

Misschien had ik toch maar journalist moeten worden. Dan kon ik schrijven over alles wat er goed of fout is op deze wereld zonder me zorgen te maken of mijn verhaal AVI 1 of AVI 9 heeft. Iedereen die mijn onderwerp interessant vond, kon het lezen. Zonder dat de buren zouden denken: huh? Lees jij iets wat zo makkelijk is? Gewoon, omdat je het leuk of interessant vindt wat ik schrijf, of omdat mijn stijl je bevalt. Niets meer en niets minder.

Welke frustraties kom jij tegen in je werk als zzp'er?

Alle gastblogs van Femke.

geplaatst: 26-11-2008 @ 09.43
delen: plaats op LinkedInplaats op Facebook

 

Wat straal je uit?

tags:  communicatie  geld  persoonlijke-ervaringen 

"Net was ik in mijn favoriete boekenwinkel (Praamstra in Deventer). Daar ben ik voortdurend. Als je me een keer kwijt bent, dan sta ik dus daar. 

Boeken zijn vrienden. Ze geven me het idee dat ik niks zo gek kan bedenken of er is wel een boek over geschreven. En dat betekent dat ik niet alleen ben, geen buitenstaander. Ten minste plus twee  mensen waren ook best wel bezig met dit onderwerp, namelijk de auteur en de uitgever. 

Waarom is dat thuiskomen voor mij? Het grote verdriet in mijn leven is dat ik word gezien als een afstandelijk mens. Ik voel van alles, en in grote hoeveelheden, en alles wat ik voel, is te zien aan mijn lichaam, mijn gezicht. Ik deel ook dat alles, met de mensen om me heen. Toch sta ik bekend als afstandelijk. Tegelijkertijd word ik als ont-zet-tend authentiek gezien. Ja hallo! Dus ik ben niet wat ik lijk te zijn maar voor de rest van de wereld is het zo klaar als een klontje dat ik ben wat ik lijk te zijn. Ergo: verdriet.

Boeken hebben maling aan de buitenkant, het cellofaantje van de mens. Ze stellen zich open, voor ieder die hen lezen wil, en dus ook voor mij. Ik kan me direct met hen verbinden, zonder langs de ballotagecommissie te moeten.

Vandaag kwam ik voor een boek, waarin die buitenkant ook even wordt meegepakt. Het heet ‘Het eerste miljoen is het moeilijkst (Hoe leven miljonairs?)’. Vast een goeie tip voor al die zelfstandigen die zich rijk rekenen met hun bedrijf. Roos Schlikker – leuke vrouw trouwens – interviewde miljonairs over hoe ze aan hun geld gekomen zijn, wat ze ermee doen en … hoe de buitenwereld op hen reageert. 

Ha! Ik verheug me nu al."

Miranda Apeldoorn is coach & journalist. Ze deelt persoonlijke ervaringen over mens & werk, het thema waar haar eigen werk om draait.

geplaatst: 19-11-2008 @ 18.02
delen: plaats op LinkedInplaats op Facebook

 

Internetexposure: hoe ver ga je?

tags:  communicatie  netwerk  website 

“Zelf was ik te laat. Te laat voor de Ondernemerskalender 2009. Die komt zo ongeveer nu uit. Een vriendin stuurde me een tip door, net na de inleverdatum. ‘Ben jij zelfstandig ondernemer en lijkt het jou leuk volgend jaar een eigen dag te hebben op de kalender en zo een klein beetje gratis pr te krijgen, mail dan jouw eigen uitspraak uiterlijk …’ stond er. Ja! Ik had best een eigen dag willen hebben.

De oproep was van Karen Romme, de auteur van onder meer Calimeromarketing. Ze deed haar oproep vanaf een community op Flametree. Ben daar meteen even gaan kijken. Flametree is een online platform voor MKB-ondernemers, powered by ABN AMRO. Hoe gezellig het er is, of hoe nuttig, kon ik nog niet direct zien: eerst moet ik me via vijf stappen inschrijven.

Nu sta ik in dubio. Zal ik dat doen of niet? Ik word er namelijk best wel moe van, van het bijhouden van mijn internetexposure. Ik heb een profiel op LinkedIn en op Hyves en op Freep, ik dein al een paar jaar met allerhande communicatieprofs, probeer websites als Lancelots af en toe van mijn bestaan op de hoogte te houden, mijn blog is aangemeld bij Technorati en ook bij de trits overige blogicoontjes onder aan ieder blog sta ik ingeschreven. De vriendin die me de oproep stuurde, haalde me ook nog onlangs over vooral te gaan twitteren, want daar zaten toch echt ondernemersvoordelen aan. Die had de voor internetfans bekende Sigrid van der Hoeven in haar oor gefluisterd tijdens een workshop.

Die vriendin is trouwens baas boven baas, want die staat bij misschien wel dertig netwerken ingeschreven en houdt – even tellen – eh … in ieder geval drie (DRIE!) blogs actief bij. Waar ze de tijd vandaan haalt, is mij een raadsel. Immers, aan een netwerk heb je pas echt wat, als je vooraleerst en veelvuldig geeft. Geeft om en aan de mensen in dat netwerk. En dat doet die vriendin in overvloed. Getuige de oproep die ze stuurde houdt ze zelfs nog tijd over voor een persoonlijke tip, alleen gericht aan mij. Knap hè?

Zo knap ben ik zelf niet, besluit ik. Dertig netwerken, help! Als coach zou ik mijn cliënten de vraag stellen: ‘Waar ligt je prioriteit?’ Bij mijn belangrijkste profiel van allemaal: mijn eigen website. Daar ben ik dagelijks mee bezig. Ik benader bijvoorbeeld om de haverklap creatieve, leuke, (opr)echte zzp-ers voor een gastblog of een spotlightmoment als Zelfstandige van de Week.

Ah! Nu weet ik wat ik ga doen. Ik ga heel brutaal aan Karen Romme vragen of zij die titel ook op zak wil! Misschien wil zij me dan wel, heel misschien, volgend jaar een oproep sturen voor een ondernemersuitspraak, voor op haar kalender. Zonder dat ik me daarvoor aansluit bij nog een netwerk.

Hoe ver gaat jouw internetexposure?"

Miranda Apeldoorn is coach & journalist. Ze deelt persoonlijke ervaringen over mens & werk, het thema waar haar eigen werk om draait.

geplaatst: 22-10-2008 @ 11.11
delen: plaats op LinkedInplaats op Facebook

 

Wat gaat vaak mis in een persbericht?

tags:  communicatie  marketing 

Er verschijnen dagelijks honderden persberichten. Effect sorteren met je persbericht begint op zijn minst met het toepassen van wat basisregels. In de praktijk zie ik de volgende zaken het vaakst misgaan:

1. Ontbreken van plaats en datum boven het bericht. Nu weten de mensen van de pers niet hoe oud het bericht is en waar het vandaan komt.

2. De aanleiding van het persbericht staat niet in de inleiding. Heb je de eerste plaats gewonnen in een wedstrijd, vertel dat dan! Sommige mensen gaan eerst de wedstrijdvoorwaarden uitleggen, en vertellen wie er ook meededen, en tegen de tijd dat ze toe zijn aan hun NIEUWS ben ik al afgehaakt of in slaap gevallen.
Een persbericht kun je het beste oprolbaar maken. De krant of welk ander medium ook, bepaalt hoeveel van het persbericht ze afdrukken. Als ze zelf niks meer hoeven te veranderen aan een bericht maar er simpelweg een stuk vanaf kunnen knippen, waar géén plaats voor is, zullen ze eerder jouw persbericht pakken dan die van de buurman, waar ze nog een hoop in moeten prutsen. Daarom: beantwoord in de inleiding de vragen: wie? Wat? Waar? Wanneer? Waarom?

3. Het persbericht bestaat (bijna) geheel uit tekst uit een ander artikel. Niet netjes: je schendt daarmee het auteursrecht van de schrijver van het artikel. Die zal eerst om toestemming  gevraagd moeten worden en heeft recht op een vergoeding voor het gebruik van zijn tekst. Je mag hooguit één alinea uit andermans tekst vrij gebruiken.
Ook op foto’s of illustraties die je van anderen gebruikt, zit auteursrecht: zulke foto’s kun je dus niet zomaar zonder uitdrukkelijke toestemming meesturen met je persbericht.

4. Verschillende namen staan genoemd met wie contact opgenomen kan worden. Zeker, dit kan  beslist heel handig zijn voor de pers. Maar is het ook handig voor je bedrijf? Kijk eens hoe druk je nu al bent. Stel dat je dan ook nog allerlei telefoontjes tussendoor zou krijgen, zit je daar wel op te wachten? Een chaotische directeur die de journalist chagrijnig te woord staat omdat hij eigenlijk met wat anders bezig was: geen goed begin …
Neem één aanspreekpunt en laat alle bellers en mailers eerst met diegene overleggen. Maak dat ook alle werknemers binnen je bedrijf duidelijk: als je gebeld wordt door een journalist, verbindt hem/haar door met Aanspreekpunt X. Als je gemaild wordt, stuur het door naar Aanspreekpunt X. Dan weet je als bedrijf namelijk precies wie er waarover gebeld heeft. Zo houd je te allen tijde overzicht. Uiteraard zorg je ervoor dat Aanspreekpunt X voldoende weet van het persbericht-onderwerp om iedere beller en mailer goed verder te kunnen helpen: hetzij door het beantwoorden van de eenvoudiger vragen, hetzij door de pers naar de juiste persoon te kunnen doorverwijzen.

5. Ervan uitgaan dat iedereen die je bericht leest wel weet wie je bent of wat je doet. Kijk eens naar de persberichten van grote organisaties zoals Randstad. Onder aan ieder persbericht zetten zij voor de pers altijd hun kengetallen nog even op een rij: zoveel werknemers hebben ze, die-en-die dienstverlening bieden ze, sinds dan-en-dan bestaan ze, enzovoorts. Ze voegen een standaardintroductie toe aan het einde van hun bericht, zodat ze de kans wat kleiner maken dat de pers verkeerde cijfers noemt (... mits je de introductie natuurlijk zelf actueel houdt!).

geplaatst: 22-09-2008 @ 16.02
delen: plaats op LinkedInplaats op Facebook

 

Het gaat om de verpakking (soms)

tags:  communicatie 

Ik hoorde:

 Yesterday is history
 Tomorrow is a mystery
 Today is a gift 
 That’s why it’s called …
                                 The present.

Het zou niet misstaan hebben in een boek als The secret. Wie weet komt het ook wel uit zo’n soort boek! Ik heb geen idee. In plaats daarvan hoorde ik het zelf in een grappige animatiefilm met kilo’s meer zelfspot dan alle secret-achtige boeken bij elkaar: Kung fu panda!

Zo zie je maar dat de verpakking van een boodschap soms nog belangrijker is dan de boodschap zelf. Had ik dit stukje ontdaan van alle ironie gelezen of gehoord, had ik dit gevonden in een medium dat zichzelf zeer serieus neemt, dan had ik met mijn ogen gerold en diep gezucht over het lef van de auteur zulke tegeltjeswijsheid over ons uit te storten als het diepste van alle diepzinnigheden.
Nu ik het een Kung fu meesterschildpad hoorde zeggen tegen een enorme leerlingpanda, zoals Yoda het hoofd van Luke Skywalker volstopte met goede raad, kan ik het ook als zodanig opslaan: als goede raad.

Doordat de verpakking van de boodschap zegt dat ik hartelijk om mezelf mag lachen, durf ik ook de boodschap zelf wel aan te nemen. Zo kan het ook gaan met opdrachtgevers. Jij hebt als zzp-specialist, als professional, al lang gezien wat je opdrachtgever zou moeten doen of laten of veranderen. Hey, dat is ook juist waarom de opdrachtgever je heeft ingehuurd! Maar je opdrachtgever wil er niet aan. De boodschap is te pijnlijk, te vermoeiend, te beledigend, een te grote stap of anderszins onacceptabel voor je opdrachtgever. Bijvoorbeeld: er spelen te veel belangen. Verschillende mensen jagen verschillende doelen na en niemand weet nog wat de grote gezamenlijke lijn is.

Je boodschap met humor brengen kan dan het verschil zijn tussen een afwijzing van je inzicht, en een glimp van begrip in de ogen van je opdrachtgever. Hoe pak je dat aan? Voor iedereen die Kung fu panda niet wil of kan bekijken, is er dit YouTube-filmpje. Een ontwerper wordt om een STOP-bord gevraagd. Dus de ontwerper komt met een STOP-bord.
Vervolgens wil de opdrachtgever nog 300 verschillende boodschappen kwijt op het bord …

Duidelijker dan dit kan de maker van het filmpje zijn inzicht niet brengen. En dat zonder dat hij op zere tenen van de opdrachtgever gaat staan.

geplaatst: 11-08-2008 @ 23.01
delen: plaats op LinkedInplaats op Facebook

 
45 blogs | pagina  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |
Agenda:
Nieuws in Deventertainment: zaterdag 11 februari
ZinVol is bezig met: