Focus + Marketing

Als je tijdelijk teruggaat in loondienst

tags:  balans  gastblog  persoonlijke-ervaringen 

Gastblogger Bas de Meijer is fotograaf. 
Door omstandigheden koos hij ervoor een tijd terug te gaan in loondienst.

Freelancen is heerlijk, ik zou niet anders willen. De voordelen wegen op tegen de nadelen. Ruimschoots zelfs. Tot een jaar geleden kon ik me niet voorstellen dat ik in loondienst zou zijn. Over mijn lijk. En toch ben ik nu weer een loonslaaf. Al is het dan parttime. En ik ben er nu blij mee.

Helemaal nieuw is loondienst niet voor me. Voor ik fotograaf werd, werkte ik vijf jaar als constructeur voor een hefttruckfabrikant. Dat was niet mijn gelukkigste periode, maar echt verkeerd was het ook niet. De werkgever en ik pasten niet helemaal bij elkaar, vooral de werksfeer stond mij op een gegeven moment erg tegen. Dat nooit weer dus, dacht ik, nadat ik ontslagen was na een jaar ziek thuis te hebben gezeten.

Toch heb ik ook na die periode de nodige tijd in loondienst doorgebracht. Noodgedwongen, omdat het beginnen van een eigen bedrijf nou eenmaal tijd kost. En een netwerk nodig was, dat ik niet had. Steeds weer liep ik bij het bedrijf waar ik in loondienst was tegen dezelfde beperkingen. De baas bepaalde wat en wanneer ik iets ging doen. Mijn tijdsindeling was geheel afhankelijk van mijn werk. Een sleur, iedere dag hetzelfde ritme. Ik kan er niet zo goed tegen.

Nee, dan freelancen. Ook hier ben ik niet geheel baas van mijn eigen tijd. Opdrachten dicteren doorgaans wanneer ik iets doe. Het grote verschil met loondienst is, dat ik veel meer invloed heb. Ik kan nee zeggen en in de meeste gevallen betekent dat niet dat je de opdrachtgever verliest. Maar er is nog een veel groter voordeel voor mij; het leven is veel gevarieerder. Ik weet vaak niet van tevoren wat ik overmorgen ga doen. Daar moet je tegen kunnen. Ik vind het heerlijk. Daarvoor neem ik de rottige dingen als boekhouding bijhouden graag voor lief.

Naast fotograferen schrijf ik ook voor fotobladen. En al twee keer boden fotobladen mij een baan aan. Allebei de keren heb ik bedankt, ik wilde blijven freelancen. Vorig jaar kreeg ik weer een aanbod. En dit keer heb ik toegehapt. Min of meer gedwongen door de omstandigheden. Veel zal ik er niet over uitwijden, maar de tweede helft van vorig jaar was nogal heftig. Veel veranderingen en zorgen, die het freelancen niet makkelijk maakte. Mijn inkomsten gingen hard achteruit. De hoofdredacteur kende mijn omstandigheden en het blad had iemand nodig die wat taken op zich ging nemen in verband met een nieuwe structuur. Ik kon wel (financiële) rust gebruiken, zij personeel.

En dus ben ik nu in loondienst. Naar tevredenheid ook. Zeker, in het begin was het erg wennen. Weer forensen, driemaal in de week. Ik kan weliswaar thuiswerken, maar regelmaat kan zeker in het begin geen kwaad. De werkzaamheden liggen in mijn straatje, het netto salaris voor die drie dagen is meer dan ik per maand aan winst haalde. De andere dagen blijf ik gewoon fotograferen. Dat wil ik ook niet opgeven.

In eerste instantie voelde het een beetje als een verlies, dat ik voor het grootste deel stopte met freelancen. Later ging dat gevoel over naar een verstandig besluit. Het is niet erg even een stap opzij te doen. Dat is niet per se een achteruitgang. Een baan hoef je ook niet tot je pensioen te houden. Vooral dat laatste hielp mij over de drempel. Ik kan altijd nog stoppen. En ik weet nu al dat dat ruim voor mijn pensionering gaat gebeuren. Al was het maar omdat ik toch meer zeggenschap wil hebben over mijn eigen tijd, ook al heb ik veel vrijheden in mijn baan.

Ik heb lang getwijfeld voor ik weer een arbeidscontract ondertekende. Nu pluk ik er de vruchten van. De voordelen zijn tijdelijk groter dan de nadelen. Ondertussen stippel ik een hernieuwde carrière uit als fotograaf. Nu ik niet meer continu bezig hoef te zijn met opdrachten zien te vinden en alles aan te nemen, geeft me dat weer ruimte om na te denken wat ik wil in de fotografie. Welke richting ga ik op? Waarom ben ik ook alweer fotograaf geworden? Wat drijft mij? Wat vind ik interessant? Vind ik het wel leuk? Het zijn vragen waar je zo af en toe bij stil moet staan. Daar heb ik nu de tijd voor. En als de tijd rijp is, word ik weer fulltime freelancer. Ik kijk er naar uit.

geplaatst: 11-02-2009 @ 09.58
delen: plaats op LinkedInplaats op Facebook

 

Wat wil je bereiken met je website?

tags:  gastblog  marketing  persoonlijke-ervaringen  website 

Gastblogger Ita van Dijk is journalist en tekstschrijver.
Ze volgde bij mij een cursus om haar eigen website uit te denken:

Nieuwsgierig en bewonderend bekeek ik bergen websites in de tijd dat ik net besloten had echt als freelancer te gaan werken. Al mijn vakgenoten leken er een te hebben, de een nog mooier dan de ander. En hoe kregen ze het toch voor elkaar om weliswaar allemaal hetzelfde werk te doen, maar volgens hun sites uniek te zijn in deze schrijversbranche. Het was me helemaal duidelijk: wilde ik meetellen als freelancer, dan moest ik ook een site.

Een kundige vriendin leerde me hoe ik zelf met een template eenvoudig een leuke, doeltreffende site kon maken. Wat een geweldig leuke uitdaging! Maar daarna stopte het proces. Want er moet ook iets op. Tekst natuurlijk, maar hoeveel? En vooral: wat?
Zo af en toe maakte ik een lijstje: homepage, een pagina over mezelf, en natuurlijk iets over het werk. Soms ging ik nog verder en schreef ik alvast uit de losse pols een stukje voor zo’n pagina, maar vervolgens belandde het in een la en verdween het idee voor de website naar de achtergrond.

Tot iemand mij eens meldde dat ze blij was me toevallig te zien, want ze kon me op internet niet vinden. Ze had een klus voor me. “Heb je geen website?” “Nog niet, die ben ik aan het maken,” antwoordde ik snel.  Dus zocht ik in de la naar mijn blaadje, staarde er naar en wijdde me weer aan urgentere zaken.

Zo sleepte het websiteproces zich voort. Of eigenlijk sleepte het niet eens. Alleen popte de gedachte nog af en toe op. Ik schreef wel websites natuurlijk, voor anderen, voor organisaties. Graag keek ik met mijn kritische blik een site door, bladerde me suf, gebruikte alle doorklikmogelijkheden om vervolgens met een prachtige lijst aanbevelingen te komen. Misschien was het wel die kritische blik die me al die tijd weerhield om zelf aan de slag te gaan. Even overwoog ik mijn eigen site uit te besteden, maar dat leek me geen goed idee. Een tekstschrijver hoort toch haar eigen websiteteksten te schrijven, sprak ik mezelf streng toe.

Ineens gloorde er hoop. Ik kreeg de aankondiging van een workshop onder ogen:  “Bedenk je eigen website”. ZinVol, mij bekend van internet, coaching en vele koppen thee, startte die workshop voor mensen zoals ik, die best graag willen en weten dat ze het eigenlijk wel moeten kunnen, maar het steeds maar weer voor zich uitschuiven wegens drempelvrees en andere valide excuses. Ik bleek dat najaar de enige die er zo openlijk voor uit durfde te komen dat ze die website niet alleen aankon. Of laks, lui en bangelijk was, dat kan natuurlijk ook.

Zo werd ik echter niet behandeld. Mijn websiteprobleem werd zeer serieus en degelijk benaderd. En vooral structureel: wie ben je, waar sta je voor, wat wil je bereiken en wie wil je bereiken. Stap voor stap gingen we door het proces van websiteschrijven heen. Een proces dat ik wel kan uitvoeren voor anderen, maar voor mezelf betekent het niet alleen schrijven, maar ook dat ik in de spiegel moet kijken, dat ik mijn eigen sterke kanten moet benoemen, mijn doelgroep en werkterrein moet afbakenen en dus stappen moet zetten die ik veilig voor me uitschoof. Maar het betekende ook dat ik ineens ontdekte waar ik echt harder voor ga lopen, wat me echt raakt in mijn werk en waar ik mij graag op zou richten.
En zo groeiden mijn site en ik.

Daar bleef het niet bij. Ook puur praktische zaken kwamen voorbij: waar wil je je site hosten, let op dat er MySql bij zit (de nieuwe termen vlogen om mijn oren), gebruik alsjeblieft geen “klik hier”, maar “lees verder” en zorg voor een goede foto, maak van je vakantiekiekje geen visitekaartje.

De basis van de site staat er nu alvast, de rest is in de maak, serieus. Hé wereld, hier ben ik!

Alle gastblogs van Ita

geplaatst: 09-02-2009 @ 08.44
delen: plaats op LinkedInplaats op Facebook

 

Wat zoekt een uitgever?

tags:  acquisitie  gastblog  persoonlijke-ervaringen 

Gastblogger Femke Dekker schrijft fantasy voor de jeugd
en geeft workshops over zelf je fantasywereld scheppen:

Iedere keer weer is het een gok. Hoe vaak en hoe goed ik mijn verhaal ook gelezen en verbeterd heb, hoe sprankelend mijn begeleidende brief ook is, hoe intrigerend mijn synopsis en hoe zorgvuldig ik de uitgever ook heb uitgekozen: het blijft een gok. Ik heb het over het versturen van een manuscript naar een uitgever. Nooit weet je hoe een uitgever reageert.

Ik ken mensen die bij hun eerste poging juichend werden binnen gehaald en het vervolgens razend druk kregen: uitgever wilde binnen afzienbare tijd nog minstens vier boeken van de schrijver.

Zelf heb ik de ervaring dat een manuscript afgewezen werd en een jaar later toch gepubliceerd - bij dezelfde uitgever en zonder dat ik er ook maar een letter in gewijzigd had.

Van W.F. Hermans doet een bekend verhaal de ronde: dat hij onder gefingeerde naam een manuscript naar zijn eigen uitgever had gestuurd en dat niet alleen afgewezen werd, maar zelfs volledig afgekraakt.

Ongrijpbaar zijn ze, die uitgevers. Allemaal zullen ze, als je het ze vraagt, vertellen dat ze ieder manuscript echt lezen. Allemaal zullen ze vertellen dat de tijdgeest, dat modeverschijnselen en trends er niet toe doen. Maar wie een beetje oplet welke boeken er op de markt verschijnen, weet wel beter.

De uitgeverijen zitten ook in een lastige spagaat: ze willen niet het risico van dat onverkoopbare boek, maar aan de andere kant willen ze niet per ongeluk die bestseller afwijzen. Als ik zeg: bestseller, bedoel ik ook: bestseller. Het gaat er dus om dat het boek goed verkoopt. Kwaliteit, is mijn indruk, komt bij veel uitgeverijen steeds meer op een tweede plan. De verkoopcijfers, daar gaat het om!

Ergens weet ik wel wat er bij mij en mijn verhalen aan schort: mijn kop steekt te ver boven het maaiveld uit. Mijn manuscript kwam een keer terecht bij een redacteur die er wel wat in zag, maar de uitgever wilde niet. In een (uitgebreid) gesprek met de redacteur kwamen we tot de conclusie dat mijn werk té origineel was. Omdat het niet vergelijkbaar is met iets anders, kunnen ze niet inschatten of het goed verkoopt. Dan nemen ze het risico liever niet.

Maar ik heb geduld. Ik blijf gewoon doen wat ik doe en ik weet dat er een markt voor is. Op een dag, als ik een grote pot met goud heb, doe ik het zelf. Het uitgeefplan ligt al klaar. En zo af en toe, een paar keer per jaar, waag ik weer een gokje. Je weet immers nooit wie je boven dat maaiveld tegen kunt komen.

Alle gastblogs van Femke.

 

geplaatst: 05-02-2009 @ 12.37
delen: plaats op LinkedInplaats op Facebook

 

Auteurswet hopeloos verouderd?

tags:  gastblog  publiciteit  recht 

Gastblogger Femke Dekker schrijft fantasy voor de jeugd en geeft workshops over zelf je fantasywereld scheppen:

Voor dit blog had ik een gastblog geschreven dat ik illustreerde met een gedicht. Dat blog is niet geplaatst, want ik had geen toestemming van de dichter om zijn tekst te gebruiken. Die toestemming kon ik ook niet vragen, omdat ik geen contactgegevens van de goede man kon vinden. Zonder het gedicht zag mijn blog er nogal onthoofd uit.

Dat toestemmingsverhaal vond ik eigenlijk vreemd; ik vermeldde keurig de naam van de dichter en deed niet of ik het zelf geschreven had. Het was alleen een aanleiding voor mijn blog.

Bij mezelf te rade gaand: als ik iets geschreven heb wat een ander aan het denken zet en als die ander zijn/haar hersenspinsels onder de aandacht van een publiek wil brengen, dan zou ik er geen enkele moeite mee hebben als een citaat van mij in dat schrijfsel terecht zou komen. Integendeel. Bovendien is het in de literatuur ook gebruikelijk om aan bronvermelding te doen - daar kijkt niemand van op. Denk maar niet dat de schrijver van het boek alle bronnen nagaat om toestemming te vragen. Dat zou te zot voor woorden zijn en bovendien: het citaatrecht is beschreven in de auteurswet.

Die auteurswet stamt uit 1912 en is dus hopeloos verouderd - is de algemene tendens in de discussies van de afgelopen, zeg, twintig jaar. Helemaal nu met het internet, moet die auteurswet eens grondig herzien worden, toch?

Maar waarom was er zo’n honderd jaar geleden opeens een auteurswet nodig? Er werden al eeuwenlang boeken, gedichten, artikelen en toneelstukken geschreven. Die ook, dat kan niet ontkend worden, naar hartelust gekopieerd dan wel geplagieerd werden. Was de auteurswet enkele eeuwen eerder al ingesteld, dan was Shakespeare nooit zo groot geworden, om maar iets te noemen.

De auteurswet kwam voort uit de Conventie van Bern (1886). Die conventie werd gehouden omdat men bang was dat het snel gedaan zou zijn met wetenschappelijke, literaire en kunstwerken als de makers daarvan veel inkomsten zouden missen door de ontwikkeling van druktechnieken, kopiëren en de komst van radio. Men dacht dat daardoor minder mensen de moeite zouden nemen zulke werken te creëren. Het werd dus vooral belangrijk gevonden dat kunstenaars en wetenschappers hun werk bleven doen en hun schrijfsels bleven publiceren.

Vertalen we dat naar de huidige tijd, dan zien we dat de auteurswet niet zozeer wordt aangegrepen als stimulans om mooie dingen te maken, maar vooral om met het vingertje te wijzen: Jij gebruikt mijn werk zonder dat ik daarvoor betaald krijg. Ja, hallo. Als we zo tekeer gaan, heeft het gebruik van de auteurswet en het auteursrecht dus precies het effect dat de bedenkers ervan in de basis wilden vermijden. Als namelijk iedere maker van een werk gaat roepen dat hij bij iedere door een ander gepubliceerde zin recht heeft op centen, zal het snel afgelopen zijn met publiceren, voortborduren op wat een ander begonnen is en uiteindelijk met de informatievoorziening.

Veel schrijvers, weet ik, schrijven (onder meer) omdat ze anderen aan het denken willen zetten. In de huidige tijd, met internet, worden veel van die gedachtes ook gepubliceerd. Wie blogt er niet, zullen we maar zeggen. Overal op internet verschijnen dan ook verwijzingen naar artikelen, stukken proza of poëzie, andere blogs en noem maar op. Dat mag ook. Dat is het citaatrecht. Je mag altijd een tekst van iemand citeren, bijvoorbeeld om daarop verder te associëren of je denkbeelden te onderbouwen, mits je de bron vermeldt.

Laten we dat ook vooral blijven doen. Laten we lekker bloggen, columns en artikelen schrijven, elkaar aan het denken zetten over de verschijnselen van deze wereld en terwijl we dat doen gul naar elkaar verwijzen. Laten we vooral niet in een kramp schieten als het over auteursrecht gaat en laten we niet iedereen overal toestemming voor moeten vragen, en al helemaal niet inclusief honorarium. Citeer, en geef je bron de eer. Informatievrijheid is ook een belangrijk goed, en om die reden staan er ook een aantal uitzonderingen in de bewuste auteurswet. Het beestje is dan wel oud, maar nog lang niet afgeschreven.

Overigens, als je iets publiceert en je wilt daarbij duidelijk maken dat het niet de bedoeling is dat iedereen in een kramp schiet als zij/hij iets wil met jouw publicatie, dan is er nog een andere mogelijkheid. Je kunt je werk laten registreren bij Creative Commons. Daarbij doe je geen afstand van je auteursrecht zoals dat vastgelegd is in de auteurswet, maar geef je wel aan dat anderen de vrijheid hebben om je werk te gebruiken. Op welke manier en hoever dat gaat, kun je zelf aangeven. Van ongewijzigd citeren met bronvermelding, tot naar eigen inzicht bewerken en er geld mee verdienen. Opdat we met zijn allen mooie dingen blijven maken, elkaar aan het denken zetten en gebruik blijven maken van de goede dingen van het internet.

Alle gastblogs van Femke.

geplaatst: 27-01-2009 @ 12.07
delen: plaats op LinkedInplaats op Facebook

 

Pensioen: als god in Gemert leven

tags:  gastblog  pensioen  persoonlijke-ervaringen 

Gastblogger Niels Arts regelt freelancers voor projecten. 
Hij schrijft over zijn pensioen:

Als 23-jarige freelancer kreeg ik van het blad ABP Wereld de vraag iets te schrijven over pensioenen. Een leuke opdracht, want ik was als startende freelancer net bezig om de voorziening voor mijn oude dag te regelen. Nu, drie jaar later, heb ik de column ietwat herschreven. De planning is deze tekst iedere drie tot vijf jaar te herschrijven, tot mijn daadwerkelijke pensioen in gaat … ik ben benieuwd hoezeer mijn toekomstbeelden en de mogelijkheden veranderen!

(originele tekst 2006)
In een van mijn vele dagdromen zie ik de toekomst voor me: leven als gepensioneerde god in Frankrijk, maar dan in Griekenland. Een villa op Rhodos, een leuk zeilbootje en een mooie oldtimer in de garage … kortom: zorgeloos genieten!

(situatie in 2009)
Inmiddels ben ik iets meer waarde gaan hechten aan mijn geboortedorp Gemert. Nadat ik in 2006 verhuisde naar Gemert, is de waarde van wonen in dit Brabantse dorp mij veel duidelijker geworden. Familie en vrienden om mij heen in een oase van rust, ruimte, en ‘Brabantse gezelligheid’. De dagdromen zijn nog hetzelfde als in 2006, maar de villa in Griekenland is inmiddels vervangen door een vakantiehuisje, aangezien ik toch wel van plan ben in Gemert oud te worden.

(originele tekst)
Hoe zorg ik ervoor dat mijn droom in vervulling gaat? Als freelancer ben ik zelf verantwoordelijk voor mijn pensioen. Als ik niet op een houtje wil bijten moet ik actie ondernemen. Een pensioenverzekering voor zelfstandigen is een optie, maar die vind ik veel te duur. Het kost een boel geld en als je onverhoopt komt te overlijden kunnen je nabestaanden naar het geld fluiten. Beleggen dan maar? Nee. Te veel risico. Flink sparen, dat lijkt me een beter idee. Op die manier kan ik altijd over mijn spaargeld beschikken. En ik loop geen enkel risico.

(situatie in 2009)
Ik was iets te voorbarig toen ik dit schreef. Na wat wikken en wegen heb ik mijn geld toch in een lijfrentepolis gestopt, met een vrij hoog risicoprofiel. Want ik mocht van mezelf als jongeling ‘best wat risico nemen’. Drie jaar en een fikse kredietcrisis later ben ik ongeveer 35% van mijn inleg kwijt. En besef ik dat een dergelijk risico niets voor mij is. Het geld is deze maand overgeheveld naar een andere bank, waar ik begin met Toekomstsparen. Wellicht hou ik wat minder over dan bij beleggingen het geval is, maar ik weet tenminste zeker dát ik wat overhoud. Het idee om te gaan sparen was blijkbaar zo gek nog niet …

(originele tekst)
Hoeveel moet ik in godsnaam sparen om mijn droom in vervulling te kunnen laten gaan? Pensioenkijker lijkt uitkomst te bieden. Daar hoef ik maar twee dingen in te vullen: “Met welke leeftijd wil je met pensioen?” Dat is simpel: zo vroeg mogelijk natuurlijk! Vijfenvijftig jaar, dat lijkt me een mooie leeftijd om er mee op te houden. "Welk netto maandinkomen wil je vanaf die leeftijd hebben?" Ik vul 3000 euro in. Ja, dat moet voldoende zijn om een zorgeloze oude dag te creëren. De computer slaat aan het rekenen, waarna er een koude rilling door me heen gaat. De vele cijfers doen me duizelen. Nee, dat kan niet waar zijn. Even opnieuw invullen. Verdorie, het klopt. Ik zal op mijn vijfenvijftigste het gigantische bedrag van 1.122.800 euro op mijn spaarrekening moeten hebben staan. Mijn god, hoe krijg ik dat in hemelsnaam bij elkaar? Ik ben 23 jaar, dus ik kan nog 32 jaar werken voor ik met pensioen ga. Een gunstige rente zal er misschien voor zorgen dat 1.122.800 euro uiteindelijk neerkomt op 600.000 euro opzij zetten in 32 jaar. Ongeveer 18.000 euro per jaar dus. Ofwel dertig jaar lang ongeveer 1500 euro per maand!

(situatie in 2009)
Tja, het zal waarschijnlijk niet lukken op mijn 55ste te stoppen met werken. Inmiddels probeer ik me meer te richten op 63 jaar, waardoor het gigantische bedrag van over het miljoen flink geslonken is. Bij ToekomstSparen leg ik in totaal zo’n 300 euro in. Op die manier kan ik blijkbaar ook beschikken over een netto maandinkomen van zo’n 3000 euro.

(originele tekst)
Anderhalf duizend opzij zetten? Zucht ... Dat zal me van zijn lang zal ze leven niet lukken met mijn magere salaris als tekstschrijver. Ik ben al blij als ik dat per maand verdien! Mijn droom is aan diggelen. Eerder stoppen met werken? Helaas, dat wordt zwoegen tot mijn 65ste … Drieduizend euro netto per maand? Halveren naar vijftienhonderd euro … De villa op Rhodos? Ingeruild voor een simpele seniorenwoning in Brabant … Het zeilbootje? Geschrapt … En wat die oldtimer betreft: mijn lelijke eendje kan ik maar beter goed onderhouden, dan heb ik over veertig jaar een échte oldtimer in de garage staan. 

(situatie in 2009)
Ik denk dat je als Nederlander in 2046 niet zoveel meer kunt doen met € 3000 netto per maand. Een villa en een zeilbootje zullen er waarschijnlijk niet inzitten. En wat betreft die oldtimer: inmiddels is mijn lelijke eendje door een dronken malloot total loss gereden op een parkeerplaats. Dus voor die oldtimer zal ik toch gaan sparen!

(originele tekst)
Volgens een onderzoek van de Stichting Pensioenkijker.nl blijken bijna alle jongeren zoals ik een te hoog verwachtingspatroon van hun pensioen te hebben. Tja, het is te vergelijken met de middelbare school. Toen was ik er heilig van overtuigd na de universiteit binnen enkele maanden bakken met geld te verdienen. Dat bleek ook niet meer dan een illusie. Marco Borsato had gelijk: de meeste dromen zijn bedrog … snik …

(situatie in 2009)
Rooskleurig is mijn beeld allang niet meer. Maar pessimistisch ook niet. Noem het een soort volwassen realisme. Mijn jammerende standpunt uit 2006 blijkt helaas nog al te waar: de meeste dromen zijn bedrog … ook in 2009!

geplaatst: 23-01-2009 @ 08.33
delen: plaats op LinkedInplaats op Facebook

 
97 blogs | pagina  «  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  »
Agenda:
Actieprogramma Get Clients Now!™: vrijdag 1 juni
ZinVol is bezig met: