Jezelf promoten zonder je ziel te verkopen. Tips, coaching en persoonlijke ervaringen over het werken voor jezelf.
Thuis • Blog • Diensten • Netwerk • Nieuwsbrief • Contact
De beste acquisitietip die ik je kan geven
in: , tags: acquisitie communicatie marketing persoonlijke-ervaringen
‘Vroeger’ – we spreken van plusminus het jaar 1995 – was er de heropleving van de term KISS. Dat betekent: Keep It Simple, Stupid. Wat ermee bedoeld wordt? Je boodschap komt alleen over als je niet te veel tegelijk probeert te vertellen. Dat was – is!- goed websiteadvies dat designers hun opdrachtgevers meegaven.
Miranda Apeldoorn (ZinVol) coacht zelfstandigen en freelancers.
Ontken jij waar je nu staat als zelfstandige?
in: , tags: balans coaching groei motivatie persoonlijke-ervaringen
Regelmatig voel ik mij verloren.
Niet in mijn privéleven. In mijn privéleven voel ik me kiplekker. Ik houd van heel veel mensen en heel veel mensen houden van mij. Daar ben ik dagelijks van onder de indruk trouwens. Voornamelijk omdat het me nu voor m’n gevoel zo gemakkelijk afgaat. Vroeger niet, vroeger kon ik niet wijs worden uit de verschillende manieren waarop mensen van je kunnen houden. Ik ging eerst een tijd de kat uit de boom kijken en als ik dacht: ‘goed volk’ dan gaf ik gewoon de hele Miranda, zeg maar, en was dan diep verward als mensen maar een klein stukje leken te willen ontvangen.
Tot op een dag een goede vriend mij iets uitlegde over vriendschappen. Hij zei: ‘Sommige mensen zijn een supermarkt, met hen kun je zowel uren bomen over het leven, als je werk uitgebreid analyseren, een film kijken, op vakantie gaan en mee lachen in de kroeg. En sommige andere mensen zijn alleen bakker: daar kun je heel erg leuk films mee kijken. Punt.’ Sommige mensen veranderen later nog van bakkers in supermarkten, sommige supermarkten verwateren tot bakker. Fact of life.
Maar het punt is ... het punt is, begreep ik hieruit, dat het deel waarop je elkaar vindt, het deel dat jou met de ander verbindt, bijvoorbeeld liefde voor films, al één geheel vormt. Het is niet zo dat dit deel tekort komt, dat je het moet opvullen met méér want anders heeft de vriendschap geen waarde: nee, het is. Begrijp je wat ik bedoel? Ik hoefde dus niet langer naar een bepaald ‘niveau’ te streven, dat regelde zichzelf wel, en zo werd het gemakkelijker van mensen te houden.
In mijn werk heb ik deze les nog lang niet geleerd. In mijn werk voel ik dat nog lang niet zo: dat mijn werk en mijn verbinding ermee al een geheel an sich is. En dat het zich – als geheel – verder ontwikkelt in allerlei richtingen. Nee, nee, in mijn werk verlang ik immer naar een bepaald niveau. Ik kom steevast tekort. Altijd nog hoger moet het, nog beter, nog duidelijker vooral. Als ik maar hard genoeg werk, en als ik maar diep genoeg nadenk, en als ik maar vreselijk veel feedback vraag aan iedereen, en als ik maar meer en meer kennis en ervaring en dergelijke op doe ... dan bereik ik dat ultieme niveau misschien nog wel eens, waar ik mij lichtjaren ver verwijderd van voel.
Ik ontken daarmee min of meer waar ik nu sta. Met als bedroevend resultaat dat ik mij regelmatig verloren voel. Want ja hallo, als ik niet ‘hier’ sta, waar sta ik dan wel?
Zijn er lezers die zich hierin herkennen? Of beter: herkenDen? Ik hoop van wel. Want dan kan ik het eens andersom doen op dit blog met tips voor zelfstandigen: dan deel ik eens geen tips uit, maar vraag ik jou om tips!
Miranda Apeldoorn (ZinVol) coacht zelfstandigen en freelancers.
Samenwerken als freelancer: je komt jezelf tegen
in: Breid je netwerk uit , tags: communicatie netwerk persoonlijke-ervaringen
Gastblogger Edith van Gameren is freelance journalist.
Regelmatig werkt ze samen met anderen.
Dit blog is voor zzp’ers. Bij de titel zzp’er overvalt me soms een wat triest gevoel; ik hoor liever de term freelancer. De vrijheid in dat woord spreekt me meer aan dan de verlatenheid die doorgalmt in ‘zzp’er’: waarom iemand definiëren met dat wat hij juist niet heeft (personeel dus)? Maar goed, dat terzijde. Feit is natuurlijk dat wij freelancers er vaak alleen voor staan.
Het viel me daarom op dat ik het meest over mijn eigen sterktes en zwaktes heb geleerd in samenwerkingsprojecten. Ik leerde mijn werkende zelf beter kennen, juist via anderen. De feedback van opdrachtgevers is vaak een summier ‘fijn, bedankt’, of ‘kun je dit nog een beetje aanpassen’. Ben je echter in een scheppingsproject verwikkeld met anderen, dan kun je uitstekend spiegelen hoe je de dingen zelf aanpakt.
Regelmatig werk ik samen met andere freelancers – uit een andere of mijn eigen discipline – aan projecten die te groot of te breed zijn voor mijn eigen kunnen. Soms verzamelen we ons in een team (ik noem dat hier zo maar die term is in werkelijkheid nooit gevallen, meestal is de samenwerking nogal ad hoc); een andere keer draag ik een deel van de opdracht over en werken anderen ‘voor mij’.
In de eerste vorm leerde ik andere dingen dan in de tweede vorm. In teamverband leerde ik bijvoorbeeld dat ik niet de hemelbestormer ben. In een brainstorm heb ik genoeg ideeën, maar in de fase daarna ben ik degene die gaat voor het best haalbare, de pragmaticus. Nu ik dat weet, kan ik gericht op zoek naar een hemelbestormer die mij aanvult. En naar iemand die de allerlaatste puntjes op de i zet, want ik heb in teams gemerkt dat er mensen zijn die dat beslist beter kunnen dan ik.
In de tweede samenwerkingsvorm – ‘de baas’- ontdekte ik welke punten ik makkelijk kan scoren bij opdrachtgevers, omdat anderen ze bij mij níet scoorden. Als ik iets uitbesteed, wil ik van het werk én de zorg af! Alleen bellen in noodgevallen dus, en dat is precies hoe ik zelf met opdrachtgevers omga. Dit is de opdracht, dat is de deadline: akkoord. Van mij hoor je pas weer iets als het stuk klaar is, tenzij er echt een crisis-door-overmacht ontstaat.
Echter, het allerfijnste wat ik leerde uit samenwerkingsprojecten, is dat ik er niet zo slecht in ben als ik dacht. Tussen neus en lippen door kreeg ik de feedback dat ik betrouwbaar, relaxed en creatief ben. Dankzij samenwerken heb ik meer oog gekregen voor mijn eigen kwaliteiten. Alleen ‘de baas’ spelen, daar bak ik niet veel van, weet ik nu. Wél ben ik op dat vlak een niveau opgeschoven, van ‘onbewust onbekwaam’ naar ‘bewust onbekwaam’. Ik kan mij nu gaan bekwamen in bazigheid, of er gewoon verre van blijven. Misschien dat ik dat maar doe. :-)
Wat ik belangrijk vind bij de vormgeving van mijn website
in: Je website aantrekkelijk maken , tags: persoonlijke-ervaringen website
Met de handen in het haar zit ik. Al weken houd ik me ermee bezig: de vernieuwde vormgeving van mijn website. Mijn webmaster en ik voeren er eindeloze discussies over. Gefrustreerd vertel ik mijn waterkoker erover terwijl ik thee zet. Samen blazen we stoom af.
Ik wil een website met een gerichter focus. Nu kun je nog te veel kanten met me op. :-) Ik houd de dingen graag simpel en overzichtelijk, en daar moet mijn website dus ook aan beantwoorden. Maar ik kan de juiste vorm niet vinden. Hoe ik ook schuif met de inhoud, het blijft er druk uitzien op de nieuwe webpagina’s.
En dat is nog niet alles waar ik rekening mee houd, want de nieuwe vorm omvat meer dan vormgeving alleen. Zo is het wel de bedoeling dat mijn website persoonlijk blijft. Dat je denkt: het is net of ik coach Miranda al een beetje ken. Laatst beschuldigde een vriendin me ervan, dat ik zo Amerikaans werd. Zo was volgens haar mijn blog veel te positief en de tekst kilometers te lang. Dus dat weet je dan alvast over mij, dankzij de website: ik heb een hoop te vertellen en daar doe ik doorgaans heel opgewekt over.
Ter voorbereiding op mijn nieuwe lay-out heb ik me eerst door tientallen WordPressthema’s geworsteld. Maar de voorbeelden raakten me niet echt. Dat was voor mij als het lezen van de achterflap van een boek. Ik raak hooguit geïnteresseerd ... maar echt iets vóelen bij wat ik lees, dat komt pas als ik het boek zelf van het begin tot het eind tot me neem. Zo werkt dat voor mij.
Toen kwam mijn webmaster, die heel veel weet van internet en websites en hoe dat werkt, met een fijne huiswerkopdracht. ‘Print pagina’s van websites die je al leuk vindt. Spreid ze uit op tafel en omcirkel de elementen die jij ook wilt voor jouw website.’ Dat was leuk om te doen. Zó werd de nieuwe vormgeving tastbaar voor me.
Ik heb vervolgens in het bijzonder naar twee websites gekeken. Die bespreek ik hieronder. Misschien denk jij ook na over een nieuwe vormgeving voor je website, en kun je wat met mijn overwegingen.
Mijn allerfavorietste website is die van Karin Luiten, van Koken met Karin . Alleen al die bedrijfsnaam. Geweldig! Je weet al direct met wie je te maken hebt (Karin) en ook wat ze doet (Koken) plus het allitereert (vinden mijn oren leuk) en ik kan het waarderen dat de naam zo zonder opsmuk is. Oh, en ook dat de naam in het Nederlands is. Nederlandse zzp’ers met Nederlandse klanten maar een Engelse bedrijfsnaam, dan denk ik: why?
In ieder geval, volgens mijn vriend zijn het de tekeningen op de site die het ‘m doen. Dat is waar. Ik wou dat ik kon tekenen wat ik dacht, en dan zo dat ook andere mensen dan zien wat ik wilde laten zien. Ik heb overwogen Karin in te schakelen voor tekeningen, want dat kan maar ik wissel zó vaak van mening over hoe mijn website eruit moet zien, dan ben ik binnenkort failliet. Dus heb ik Karin niet gebeld (sorry Karin).
De andere site die ik bekeek, is die van Penelope Trunk (van netwerkorganisatie Brazen Careerist, voor werknemers op zoek naar een andere baan). Die is persoonlijk en duidelijk, en ziet er vlot uit. Penelope’s blogposts zijn lang, net als die van mij, maar haar website oogt heel rustig. Ze gebruikt maar een paar menuknopjes. Maar één daarvan gaat over hoe ze haar geld verdient, wat haar bedrijf doet (al had de tekst naar mijn smaak nog wat concreter gekund).
Het mooie aan hoe mensen als zij zich presenteren, is dat zij he-le-maal niet bang zijn hun ware zelf te laten zien. Penelope schrijft rustig dat ze financieel een puinhoop maakt van haar onderneming. Je kunt ten slotte niet overal verstand van hebben/goed in zijn. In Nederland zijn ook voorbeelden te vinden van rond ergens voor uit komen. Sanne Roemen legt uit waarom ze niet vaak de telefoon opneemt (en dat het handiger is als het contact via mail verloopt). Martijn Aslander heeft zelfs een handleiding over zichzelf geschreven, waarin hij je onder meer uitlegt wat hij zeker niet voor je zal doen, zoals een letter op papier zetten of zelf de aangedragen ideeën uitvoeren. Het werkt niet tegen, maar juist vóór ze: steeds (vaker) trekken zij de klanten die passen bij wat ze bieden.
Ik herinner mij nog de tijd (oma vertelt) dat ik mijn collega’s bij Women on the web schreef, dat ik mij op mijn website niet als een ‘wij – ZinVol’ presenteerde, maar als ‘ik-Miranda, van ZinVol’. (In die tijd moest de afkorting zzp’er nog bedacht worden). Als reactie kreeg ik onder meer terug dat dit toch wel erg onprofessioneel van me was. Het idee!
En nu, nu zijn we dus aanbeland in een tijd dat het juist professioneel is, als je jezelf gewoon als mens presenteert. Als je al op voorhand aan je klanten uitlegt wat ze wel en niet van je kunnen verwachten. Niet alleen wat je diensten of de betaling betreft, maar ook wat betreft zaken als je bereikbaarheid (of - op je blog - zelfs dus je tekortkomingen). Olé! Dat is een vorm van ondernemen waar ik me prettig bij voel. Nu nog zien dat ik daar de juiste vormgeving bij vind ...
Miranda Apeldoorn (ZinVol) coacht zelfstandigen en freelancers.
Worstelen met wat je tweet op twitter
in: , tags: gastblog persoonlijke-ervaringen sociale-media
Gastblogger Sylvia van Opijnen is leiderschapscoach en werkt onder de naam Bezieling in Bedrijf.
Ze deelt haar eigen ervaring met en twijfels over twitter:
Ik beken het maar direct: ik wil wel graag mee met alle ontwikkelingen op internet, maar soms kan ik het simpelweg niet volgen. En dan bedoel ik eigenlijk niet eens de technische kant van ons digitale tijdperk. Nee, ik bedoel gewoon hoe het (digi)sociaal gezien werkt. Wat doe je wel en wat niet? Hoe spreek je iemand aan? Hoe zijn de digitale omgangsvormen?
Neem nou twitter. Je gaat naar de site. Maakt een profiel. Zoekt een paar mensen en via die mensen weer andere mensen. Je gaat de mensen volgen, van wie je denkt dat ze leuk zijn of inspirerend of fascinerend of welke reden je dan ook kunt bedenken. Al die mensen plaatsen tweets (=een kort berichtje, waarin je vermeldt wat je aan het doen bent). Zo babbelen ze digitaal met elkaar. Dat varieert van interessante artikelen die ze doorsturen tot tips wat er ’s avonds gegeten wordt. Met verwondering zie ik zelfs ziekenhuisuitslagen, ziekten en het overlijden van naasten voorbij komen.
Nou kan ik me toch ècht niet voorstellen dat er ook maar íemand in geïnteresseerd is dat ik boodschappen aan het doen ben, m’n administratie bijwerk, last heb van klussende buren, of toevallig een jolige of juist een rotbui heb. Laat staan hoe de gezondheidstoestand van mijn familie is. Zelf heb ik er geen enkele behoefte aan mijn persoonlijke lief en leed te delen met mensen die ik helemaal niet ken. Gelukkig kan dat met fantastische mensen in mijn nabije omgeving. Begrijp me niet verkeerd, ik heb er geen enkele moeite mee om mezelf kwetsbaar op te stellen (anders had ik dit blog natuurlijk ook niet geschreven). Maar, mijn grenzen liggen kennelijk anders dan die van veel mede-twitteraars. En toch wil ik op de één of andere manier wel iets met dat twitter, want het is ook leuk.
De grote vraag is dan voor mij: wat tweet je wel en wat niet? Alleen roepen waar je zakelijk gezien mee bezig bent? Dat vind ik van anderen interessant om te weten. Alleen, in twitterland krijg je voor je het weet het stempel op je voorhoofd geplakt van ‘zender’ (jargon voor mensen die alleen maar roepen welk marktaanbod ze hebben of hoe geweldig ze zijn). Zo af en toe heb ik ook wel geprobeerd om wat sociaal-relaxed mee te doen. Alleen, ik voel me er allesbehalve fijn bij; als ik iets meld, dan moet het wel ergens over gaan, vind ik. Nog een experiment was om af en toe op berichtjes en vragen van anderen te reageren. Maar, net zoals je dat soms in real life in de trein of in de kroeg hebt, was ik telkens snel weer uitgetweet … geen aansluiting.
Oh ja, en dan is er nog iets waar ik geen touw aan vast kan knopen. Veel mensen volgen heel veel andere mensen. Het schijnt namelijk een sport te zijn om zo veel mogelijk followers te krijgen. Ze twitteren veel en vaak. Het komt op mij over alsof ze de hele dag achter de pc zitten en niets anders doen dan tweeten. Ik merk echter dat hoe meer ik op twitter of linkedin rondzwerf, hoe lager mijn productiviteit. Vertwijfeld vraag ik me daarom af: hoe doen al die mensen dat? Waar halen zij de tijd en energie vandaan? En op welke momenten zijn ze gewoon aan het werk?
Kortom: tijd voor een boek over twitter, of een twittercursus?! En als dat niet helpt, dan is het simpelweg niets voor mij: twexit!
RSS
@ZinVol
Feedburner