Is succes af te dwingen?

Gastblogger en tekstschrijver Margot Reesink filosofeert over de vraag of haar inspanningen een gevolg zijn van goed je best doen of een kontje van het Lot zijn:

 

‘Geluk is een keuze.’ 
‘Je dwingt je eigen succes af.’ 
‘Niets overkomt je zomaar.’

Ik ben het afgelopen jaar nogal eens met mensen in aanraking gekomen die dit soort dingen tegen me zeiden. Dat was goed bedoeld, maar ik raakte er wel van in de war. Zelf geloofde ik altijd in goed je best doen en proberen een fatsoenlijk mens te zijn, plus een gelukje hier of daar - in de zin van een onverwacht maar welkom kontje van het Lot. Maar als je gaat interpreteren, wat interpreteer je dan? En hoe?

Vorig jaar rond deze tijd had ik een ww-uitkering, was mijn scheiding er bijna door en moest er als de donder brood op de plank komen, wilde ik niet in de bijstand raken. Ik besloot weer voor mezelf te beginnen. Ik zou mijn leven in eigen hand nemen. Op maandag 23 augustus mocht ik daar ook van het UWV officieel mee van start.

In de week daarvoor kreeg ik een mail van een oude werkgever. Of ik weer wou gaan ondertitelen. Zie je wel, het kwam allemaal bij elkaar, zei ik.

Ik maakte een droomstart. Er kwam schrijfwerk bij, en een eindredactieklus. Ik werkte me een slag in de rondte maar dan wel op een roze wolk. Ik had mijn eigen baan gecreëerd, dus er was maar een conclusie mogelijk: de kosmische kassier m/v had mijn geploeter bekeken en me mijn zegeltjes in één keer uitbetaald.

En toen begaf de ondertitelsoftware het die ik in bruikleen had van mijn grootste opdrachtgever. ‘Wat is de onderliggende boodschap?’ vroeg ik me drie weken lang af, terwijl ik de software installeerde en herinstalleerde, prijzen van nieuwe software opvroeg, me beraadde over mijn keuzes en de juistheid van al mijn beslissingen tot dan toe, en tussendoor wat kleine vertaalklussen deed.

Ik wikte en woog. De kosmische kassier was klaar met me, concludeerde ik. En ik maar denken dat ik mijn eigen succes kon afdwingen.

Na een ochtend in wanhoop boven mijn toetsenbord besloot ik twee communicatiebureaus te bellen of ze misschien nog freelance tekstschrijvers nodig hadden. Het ene had bij ons in de regionale krant gestaan en de mensen van dat bureau klonken als aardige mensen. Het andere maakte dingen die ik ook graag zou maken.

Ik werd uitgenodigd voor een gesprek. Door beide bureaus.

Ik weet niet wat van de afgelopen maanden de boodschap is. Ik weet niet of ik deze gesprekken heb afgedwongen, of dat die kosmische kassier nog ergens een vergeten statiegeldbon heeft gevonden.

Wat ik me wel heb gerealiseerd, is dat er een grens is aan de duiding. Soms moet je gewoon even doorbuffelen zonder je af te vragen wat de betekenis is van dingen die je gebeuren, en soms ook zonder dat je er echt in gelooft.